Chippen van uw huisdier

Waarom zou u uw dier laten chippen?

Omdat u uw huisdier zo snel mogelijk weer  terug wilt vinden wanneer hij zoek raakt of wegloopt. 

Een (kokertje aan een) bandje is ook een mogelijke oplossing, maar dit kan een dier verliezen of hij kan ermee achter iets blijven haken met alle nare gevolgen van dien. En vaak zijn de telefoonnummers op bandjes na een tijdje niet meer goed leesbaar. Vroeger werden honden en sommige katten getatoeëerd in het oor. Vaak is deze tatoeage na een aantal jaren niet goed meer leesbaar. Vandaar dat chippen het beste middel is om uw dier zo snel mogelijk weer terug te krijgen.

Verplichting

Rashonden worden al sinds jaren in het nest gechipt. Kruisingen, geboren na 1 april 2013, moeten ook worden gechipt voordat ze het nest verlaten. Het aanschaffen van een jonge hond zonder chip is niet toegestaan. Voor oudere rasloze honden en voor katten is er geen verplichting.

Hoe werkt het chippen?
Met een naald wordt de chip onder de huid ingebracht. De naald is iets dikker dan de naald waarmee de jaarlijkse vaccinatie wordt gegeven. De chip is een gesloten buisje, met daarin een microchip en een spoeltje dat als een antenne fungeert. De chip is ongeveer 1 cm lang en heeft een doorsnede van 2 mm. De chip heeft een unieke code. Het spoeltje in de chip stuurt deze code naar de chipreader. Elke dierenartsenpraktijk, dierenasiel en dierenambulance heeft een chipreader waarmee de chip kan worden uitgelezen. De chip is niet te verwijderen. 

Elk dier heeft zo d.m.v. de chip een unieke (numerieke) code. In het dierenpaspoort wordt een sticker met dit nummer en de bijbehorende streepjescode geplakt. In de patiëntengegevens van uw dier bij Van Stad tot Wad dierenartsen wordt de code ook genoteerd. Tevens sturen wij een formulier naar een databank met de gegevens van uw huisdier en de gegevens van u als eigenaar. Deze gegevens worden ingeschreven in de databank. Nederland heeft verschillende databanken. Van Stad tot Wad dierenartsen stuurt de gegevens naar het NDG.

NDG = Nederlandse Databank Gezelschapsdieren
De Nederlandse Databank Gezelschapsdieren stuurt u een bericht dat uw dier staat ingeschreven. Op internet kunt u uw gegevens opvragen door http://www.ndg.nl/ in te toetsen. Toets het nummer van de streepjescode van uw dier in en dan komen uw gegevens in beeld.

Controleer af en toe of deze gegevens nog kloppen en geef wijzigingen, bij verhuizing of een ander telefoonnummer, door. Hier kunt u eventueel ook het mutatieformulier voor gebruiken.
Stel uw dier is zoek en komt b.v. in het asiel of bij een dierenarts terecht. M.b.v. de chipreader wordt het chipnummer uitgelezen. Dit nummer wordt dan ingetoetst op internet bij de NDGsite en uw gegevens komen in beeld. U kunt nu gebeld worden en uw dier hoeft niet de nacht in het asiel of op de dierenartsenpraktijk door te brengen.
Mocht er bij uw dier in het asiel of bij een andere eigenaar of door een andere dierenartsenpraktijk een chip zijn ingebracht kijk dan op http://www.chipnummer.nl/ bij welke databank uw dier staat ingeschreven.

 
Wat te doen bij vermissing?
Neem contact op met de dierenarts en geef de vermissing door. Er wordt in de computer gekeken of er ergens een hond of kat is gevonden en tevens wordt de vermissing genoteerd.

Neem contact op met het asiel. Of ga na enkele dagen eens langs. Met name katten worden vaak pas na een aantal dagen langs gebracht.
Neem contact op met de dierenambulance laat uw dier daar ook als vermist registreren.
Neem contact op met stichting Amivedi.
Hang een A4tje met een duidelijke foto op in de praktijk of supermarkten bij u in de buurt.
Meld de NDG dat uw dier vermist is.

Het is vaak moeilijk om een goede omschrijving van uw dier te geven voor de telefoon. Pak er een foto bij want er zitten heel veel zwarte poezen met witte pootjes in het asiel. Het is dan handig om te kunnen zeggen dat b.v. de linkerachterpoot helemaal zwart is. Of dat er een scheurtje in zijn rechteroor zit. Kleine details zijn bij vermissing belangrijk.