Jeuk door allergie

Jeukklachten bij honden en katten zien we in de praktijk vrijwel dagelijks. Als bij lichamelijk onderzoek duidelijk wordt, dat de jeuk niet wordt veroorzaakt door parasieten, bacteriën of schimmels, kan het vermoeden ontstaan dat we te maken hebben met een allergie.

Drie vormen van allergieën komen het meest voor: vlooienallergie, voedselallergie en atopie.

Vlooienallergie

Bij een vlooienallergie is het dier overgevoelig voor het speeksel van de vlo. Eén vlooienbeet per week kan voldoende zijn om voortdurend jeuk te hebben over het gehele lichaam. Dieren bijten en likken zich vooral achterop de rug. Daar zien we dan ook vaak huidafwijkingen met kaalheid, korstjes en ontstekingsreacties.

Bij de hond wordt een vlooienallergie meestal via een bloedonderzoek vastgesteld. Dit bloedonderzoek maakt dan deel uit van het onderzoek dat bij atopie wordt uitgevoerd. Ook is het mogelijk een vlooienallergie vast te stellen via een huidtest. Bij de kat blijft het vaak bij een waarschijnlijkheidsdiagnose, omdat echt betrouwbare aanvullende onderzoekmethoden ontbreken.

Bij de behandeling staat een goede vlooienbestijding voorop. Aan het gebruik van  effectieve bestrijdingsmiddelen valt eigenlijk niet te ontkomen. Daarbij moet altijd het dier, inclusief eventuele andere honden en katten in een gezin, en soms ook de huiselijke omgeving worden behandeld. Niet alleen in de zomer, maar het hele jaar rond. Vaak is het ook nodig - al dan niet tijdelijk - medicijnen te geven die de jeuk onderdrukken. Omdat dat medicijnen zijn, die ook nadelen hebben, proberen we dit tot een minimum te beperken.

Voedselallergie
Bij voedselallergie ontstaat de jeuk door een overgevoeligheid voor één of meer bestanddelen in de voeding. Vaak heeft het met eiwitbronnen te maken. Dat betekent niet dat het dier slecht voer krijgt, want ook in goede voeding kunnen stoffen aanwezig zijn waarvoor een dier overgevoelig is. Ook een dier dat al lange tijd op dezelfde voeding staat kan op een bepaald moment een overgevoeligheid ontwikkelen. Jeuk kan voorkomen over het gehele lichaam, maar vaak zien we bij honden roodheid van de buik, liezen en oksels en soms oorontstekingen. Een enkele keer is de ontlasting ook wisselend van stevigheid of heeft een dier zelfs diarree. Bij katten kunnen heftige huidontstekingen met korstvorming, bijvoorbeeld bij de hals of de kop,  een voedselallergie als achtergrond hebben. We zien voedselallergieën vaker bij jonge dan bij oudere dieren.

Een voedselallergie stellen we vast door een dier gedurende tenminste zes weken een testdieet te geven. Dit kan een zelf bereid dieet zijn, maar meestal wordt gekozen voor een kant- en klare testvoeding. In deze voeding zijn de eiwitketens gesplitst, waardoor het afweersysteem die niet als lichaamsvreemd beschouwt. Belangrijk is dat het dier niets anders te eten krijgt en dat dit dieet ook al die tijd consequent wordt gegeven. Als de klachten in de loop van die periode verdwijnen hebben we een sterke aanwijzing dat er sprake is van een voedselallergie. Als we na die periode de oude voeding weer gaan geven en het dier heeft snel weer dezelfde klachten, dan is de diagnose vrijwel zeker. Daarna kan in overleg worden uitgezocht welke voeding wel en welke niet wordt verdragen. Via bloedonderzoek is een voedselallergie niet op een betrouwbare manier vast te stellen.

Atopie
We spreken van atopie als een dier overgevoelig is voor deeltjes die in de lucht zweven en waar de huid en luchtwegen mee in contact komen. Het kan bijvoorbeeld gaan om huisstof, allerlei mijten, die in huis voorkomen, om huidschilfers van andere dieren of mensen of om planten binnen- of buitenshuis. Bij het klassieke beeld van atopie zien we bij de hond jeuk met huidreacties rond de bek, rond de ogen, aan de binnenkant van de oorschelpen, aan de zijkant van de poten en bij de tenen. Maar vaak is het beeld minder uitgesproken. Zo kan alleen al een ontsteking aan de binnenkant van de oorschelpen atopie als achterliggende oorzaak hebben. Bij katten leiden de jeukklachten tot sterk wisselende huidproblemen.

Atopie bij de hond stellen we meestal vast via een bloedonderzoek. In eerste instantie is dit een screening, waarbij wordt gekeken naar de reactie op drie groepen allergenen. Allergenen zijn stoffen van buitenaf, die een allergische reactie teweeg brengen. Bij een positieve reactie van één of meer groepen, kan zo'n groep in een vervolgonderzoek worden uitgesplitst. Een uitkomst kan bijvoorbeeld zijn dat de hond overgevoelig is voor menselijke huidschilfers. Een andere manier om atopie vast te stellen is via een huidtest, waarbij in een gekeken wordt naar de reactie van de huid op injecties met stoffen, die allergieën kunnen veroorzaken. Helaas zijn bij katten de mogelijkheden voor een betrouwbaar onderzoek veel beperkter.

Behandeling

Bij atopie is het natuurlijk het beste als contact met de oorzakelijke allergenen wordt vermeden. Dit is helaas slechts zelden mogelijk. Daarnaast zijn er drie manieren om de klachten te behandelen.

1. Corticosteroïden
Medicijnen die sinds jaar en dag veel worden gebruikt zijn corticosteroïden, bijvoorbeeld prednisolon en andere verwante stoffen. Deze medicijnen zijn meestal zeer effectief, maar hebben ongewenste bijwerkingen, waardoor deze aanpak verre van ideaal is. De ernst van de bijwerkingen hangt wel af van de duur dat de medicijnen worden gegeven en van de dosering. Ook lijken katten minder gevoelig voor bepaalde bijwerkingen.

2. Atopica
Bij honden is sinds enkele jaren Atopica beschikbaar. De effectiviteit is meestal goed. Bijwerkingen zijn er nu en dan wel, maar die zijn zeker op termijn minder bezwaarlijk dan die van corticosteroïden. Groot nadeel is, dat Atopica erg duur is.

3. Desensibilisatie
De behandelmethode die zelden bijwerkingen te zien geeft heet desensibilisatie of hyposensibilisatie. Dit kan tot nu toe alleen bij honden.  Door het geven van injecties met de stoffen waarvoor het dier overgevoelig is, wordt zodanig ingegrepen op het afweersysteem, dat de jeukklachten verminderen of verdwijnen. De methode werkt bij 50 tot 70 % van de dieren. Je kunt het effect pas na zes à zeven maanden beoordelen en dat is een lange periode. Zo nodig kan Atopica helpen om in die tijd de klachten te beperken. Ook zijn er voedingssupplementen en speciaal samengestelde voeders die de klachten kunnen verlichten.

De praktijk

We willen een dier snel van de klachten af helpen, en we willen liefst een therapie die de oorzaak blijvend aanpakt. Daarvoor moeten we die oorzaak dan wel kennen. We willen geen vervelende bijwerkingen, en al helemaal geen bijwerkingen die het dier op lange termijn kunnen schaden. Als de jeuk alles overheersend is en het dier zich daardoor erg beschadigt, dan zal de keuze eerder vallen op een aanpak die snel werkt, desnoods ten koste van eventuele bijwerkingen. In andere gevallen is het de kunst om in goed overleg de verschillende onderzoek- en behandelmogelijkheden voor het betreffende dier op een rij te zetten om daarin vervolgens keuzes te maken en een volgorde te bepalen. Daarmee ontstaat het perspectief dat het dier op enig moment linksom of rechtsom van de klachten af komt, of dat de klachten tenminste leefbaar worden. Gelukkig komt het maar zelden voor, dat er in het geheel geen werkbare oplossing te vinden is.