
Opfok van kalfjes en jongvee concentreert zich op de volgende punten:
- weerstand
- groei
- voorkomen van vervetting
Een hoge weerstand begint bij de biestvoorziening. Vlug, vaak en veel is al sinds jaar en dag het advies. Het aantal grammen antistof dat een kalf vanuit de biest krijgt in de eerste 24 uur is hierbij leidend (dus niet het aantal liters).
| Biestmeter | ||
|
Minder liters biest met een hogere concentratie antistoffen (betere kwaliteit) levert daarbij evenveel grammen antistof als meer liters met een lagere concentratie. De biestkwaliteit is eenvoudig te bepalen met de "biestmeter". Droogstandsrantsoen bepaalt biestkwaliteit De kwaliteit van de biest wordt grotendeels bepaald door het rantsoen dat aan de koe wordt gevoerd gedurende de droogstand. Dit rantsoen bepaalt immers de hoeveelheid biest die een koe geeft bij afkalven. |
|
Om na de biestperiode de weerstand hoog te houden is het belangrijk de negatieve energiebalans bij kalfjes tijdens de eerste levensweek te voorkomen. Veel kalveren vallen dan namelijk terug in conditie met als gevolg diarree op dag 7-10.
Tot 800 gram poeder
Kalfjes drinken tijdens de eerste 3 levensweken vrijwel alleen melk; daarna gaan ze meer vast voer opnemen. Om in de eerste levensweken de weerstand (plus de groei) hoog te houden dienen de kalfjes tot 800 gram melkpoeder te krijgen met een hoge kwaliteit. Melkpoeder met een hoge kwaliteit zorgt voor een betere benutting en meer opname vanuit de darmen.
Kalveren worden als ze gespeend worden herkauwer. De voorbereiding van de pens van melkdrinkend naar herkauwend duurt 3 - 5 weken.
Brok
Door in gelijkmatige stappen bij een goed drinkend, goed groeiend kalf vanaf 3 weken leeftijd in 3 - 5 weken de melkgift terug te brengen gaan de kalfjes meer brok opnemen. Deze brokopname zorgt voor zowel de ontwikkeling van de pens als voor het goed kunnen doorgroeien na het spenen.
Om de kans op vervetting in het tweede levensjaar te beperken is het belangrijk om de jeugdgroei in het eerste levensjaar te benutten. Door relatief veel eiwit en weing bestendige energie te voeren in het eerste levensjaar ontwikkelen de dieren zich beter. Ze vervetten minder snel, zijn beter vruchtbaar en kalven uiteindelijk gemakkelijker af.
Tijdens het tweede levensjaar worden de dieren natuurlijk steeds minder rijk gevoerd.
Met het oog op rendement en werkplezier is een goede, efficiƫnte jongveeopfok belangrijk. Speciaal hiervoor is Siert Jan Boersema, specialist kalver- en jongveeopfok werzaam bij Van Stad tot Wad dierenartsen. Siert Jan heeft meerdere wetenschappelijke boeken geschreven over het onderwerp en staat bekend om zijn praktische en concrete adviezen.
Neem voor meer informatie over kalver- en jongveeopfok contact op via het contactformulier melkvee (rechts, boven de navigatie).
« Terug
Blijf op de hoogte
» Aanmelden
Direct online bestellen
» Naar de webshop