Castratie van de kater

Katers worden geslachtsrijp op een gemiddelde leeftijd van 6 tot 8 maanden. Vanaf die leeftijd gaan ze ook het 'mannelijk' gedrag vertonen. Ons advies is de kater op een leeftijd van 6 maanden te laten castreren. Niet eerder om ervoor te zorgen dat hij lichamelijk voldoende is uitgegroeid. Ook niet veel later om te voorkomen dat sproeien een gedragsprobleem wordt hetgeen niet te verhelpen is met castratie.

Voordelen van castratie

1. Het sproeien in huis verdwijnt. Eens de kater is begonnen met sproeien bestaat er een kans van 5% dat hij blijft sproeien ondanks de castratie.

2. De typische penetrante urinegeur verdwijnt.

3. Territoriaal gedrag wordt voor een groot deel door het hormoon Testosteron bepaald. Dit hormoon verdwijnt na castratie aangezien de testikels worden verwijderd. Katten gaan dus vaak minder zwerven

4. Testosteron bepaald ook de mate van agressie. Gecastreerde katers worden vaak wat rustiger en gaan minder vechten. Hetgeen leidt tot een reductie in het aantal vechtwonden en -abcessen.

5. Geen kans meer op ongewenste dekkingen en dracht.

Nadelen van castratie

1. Er vindt een wijziging in de stofwisseling plaats waardoor katers sneller dik worden.

2. Er is altijd een narcoserisico. Een gedegen algemeen onderzoek voorafgaand aan de narcose is dus altijd noodzakelijk.

Castratie gebeurt via een sneetje in het scrotum (balzak) en is een relatief kleine ingreep bij de kater.

Let op het gewicht na castratie! Door de wijziging in de hormoonhuishouding daalt de energiebehoefte met ongeveer 30% terwijl de kater de neiging heeft om meer te gaan eten. Geef hem dus direct na castratie minder voeding en houd zelf het gewicht in de gaten!