Castratie van de teef (traditioneel)

Bij de teef wordt vaak het woord sterilisatie gebruikt. Dit is echter foutief aangezien dit  betekent dat enkel de eileider wordt afgebonden. In de praktijk wordt de gehele eierstok (ovarium) weggenomen waardoor castratie de juiste benaming is.
Bij de ingreep worden standaard enkel de eierstokken verwijderd waarbij we spreken over  ovariectomie. Bij oudere dieren of bij een afwijkende baarmoeder halen we naast de eierstokken  ook de baarmoeder weg. Hierbij spreken we van een ovariohysterectomie.

Tijdstip van castereren.

Castratie kan het beste plaatsvinden op 3 maanden na de laatste loopsheid. Na de loopsheid staat  de baarmoeder namelijk nog ruim 2 maanden onder invloed van het hormoon progesteron dat  zorgt voor en verhoogde doorbloeding van de baarmoeder en aanliggende structuren. Na deze  periode houden we ook nog rekening met een herstel periode van een aantal weken waarin de  baarmoeder tot rust kan komen.

Betreft de leeftijd adviseren wij pas na de eerste loopsheid te castreren. De reden dat wij niet  voor de eerste loopsheid castereren is dat er een verhoogd narcose risico is wegens de leeftijd en  een verhoogde kans op het ontstaan van obesitas (overgewicht), urineincontinentie en een  onderontwikkeling van de geslachtsdelen.
Wat ons betreft is het ideale tijdstip van castratie 3 maanden na de eerste loopsheid. Daarbij  gaan we er vanuit dat de tweede loopsheid 5-6 maanden later optreed. Bij sommige jonge teven  kan de tweede loopsheid onverwacht kort op de eerste volgen. Dit kan helaas niet van tevoren  ingeschat worden. De Rottweiler en de Duitse Herder zijn rassen die hier gevoelig voor zijn.

Voordelen van castratie

1. Het grootste voordeel van castratie van de teef is natuurlijk het uitblijven van de loopsheid met de daarmee gepaard gaande ongemakken. De loopsheid kenmerkt zich door uitvloei uit de uitwendige genitalien en het afscheiden van een aantrekkelijke geur voor reuen die zich daardoor opdringerig naar de teef kunnen opstellen.
Het voorkomen van de lopsheid kan ook mbv bepaalde medicamenten, maar deze kennen vaak bijwerkingen op de lange termijn.

2. Tevens is het ontstaan van dracht uitgesloten aangezien de eierstokken met de eicellen zijn weg genomen.

3. Bij sommige ongecastreerde teven komt schijndracht voor. Schijndracht is een natuurlijk fenomeen dat bij de wilde voorouder van de hond, de wolf, een duidelijke functie heeft binnen de roedel. Een roedel wolven heeft altijd een alfa-teef als leider. Deze zorgt voor de nakomelingen, maar moet zodra ze de jongen heeft geworpen ook weer op jacht. Als zij mee gaat op jacht moet er ondertussen ook gezorgd worden voor de jongen en deze moeite ook melk krijgen. De teven die lager in de rangorde staan hebben op dat moment de mogelijkheid om melk te geven aan de pups van de alfateef hetgeen bij ons bekend staat als schijndracht.
Bij de gedomesticeerde hond kenmerkt dit gedrag zich onder andere door nestgedrag en het actief worden van de melkklieren. Het vermoeden bestaat dat het regelmatig voorkomen van schijdracht op de lange termijn kan leiden tot melkkliertumoren.

4. Het vroeg castreren van de teef heeft als voordeel dat er een reductie is op het ontstaan van melkkliertumoren indien de castratie voor de 4e loopsheid plaatsvindt. Castratie na de 4e loopsheid geeft dus geen verlaagde kans. Aangetoond is dat wanneer de teef tussen de 1e en 2e loopsheid gecastreerd wordt de kans op het ontstaan van melkkliertumoren 7 keer kleiner is dan wanneer ze niet gecastreerd wordt.

5. Bij de ongecastreerde teef staat de baarmoeder na iedere loopsheid gedurende een aantal weken onder invloed van het hormoon progesteron dat in de eierstokken wordt geproduceerd. Dit hormoon heeft ter hoogte van de baarmoeder het effect dat het de wand gaat verdikken en er blaasjes (cystes) in ontstaan. Naarmate het dier ouder wordt neemt de kans toe dat er een infectie bijkomt waardoor een baarmoederontsteking (pyometra) kan ontstaan.
Bij castratie worden de eierstokken weggenomen waardoor een baarmoederontsteking niet meer kan ontstaan.

6. Progesteron zorgt er ook voor dat het lichaam relatief ongevoelig (resistent) wordt voor insuline waardoor suikerziekte kan ontstaan. Na castratie kan het hormoon progesteron niet meer afgegeven worden en is er dus een een verlaagde kans op het ontstaan van suikerziekte.

 

 
 Melkkliertumoren.

 

Nadelen van castratie

1. Door een verminderde schildklierfunctie zal er een verlaging in het stofwisselingsniveau plaatsvinden. Een verlaagde stofwisseling zorgt er op haar beurt weer voor dat een hond gevoeliger is voor het ontwikkelen van overgewicht.

2. In de eierstokken wordt ook het hormoon oestrogeen aangemaakt. Dit hormoon speelt tevens een rol thv de blaashals. Castratie van de teef kan bij bepaalde hondenrassen zorgen voor een verminderde functie van de blaashals waardoor incontinentie kan optreden. Gevoelige rassen zijn oa.: Deense dog, Boxer, Dobermann, Riesen-schnauzer, Bobtail en Ierse Setter.
Deze incontinentie kenmerkt zich door passief urineverlies in rust, dus bijvoorbeeld tijdens de slaap.  Dit probleem kan goed met medicatie opgelost worden, maar deze zal wel levenslang gegeven moeten worden.

3. De kwaliteit van de vacht kan verminderen. Deze kan doffer en stugger worden. Ook kan de hond het hele jaar door gaan verharen.

4. Geslachtshormonen zijn voor een groot deel ook verantwoordelijk voor het gedrag. Na castratie kan de hond rustiger worden, maar aan de andere kant kan ze ook scherper en soms zelfs agressiever worden.

5. Castratie vindt altijd plaats onder algehele narcose. Iedere narcose kent uiteraard een risico. Het risico kan geminimaliseerd worden door op het juiste moment te castreren, door goede voorzorgsmaatregelen te treffen voor de operatie en door gedegen klinisch onderzoek voor de narcose.