Castratie van de teef (traditioneel)

Bij de teef wordt vaak het woord sterilisatie gebruikt. Dit is echter niet de juiste benaming, aangezien “sterilisatie” betekent dat alleen de eileider wordt afgebonden. In de praktijk wordt de gehele eierstok (ovarium) weggenomen waardoor castratie de juiste benaming is. Bij de ingreep worden standaard enkel de eierstokken verwijderd waarbij we spreken over ovariectomie. Bij oudere dieren of bij een afwijkende baarmoeder halen we naast de eierstokken  ook de baarmoeder weg. Hierbij spreken we van een ovariohysterectomie.

Voordelen van castratie van de teef
1.    Het uitblijven van de loopsheid met de daarmee gepaard gaande ongemakken
2.    Geen kans meer op ongewenste dracht
3.    Geen kans meer op schijndracht. Het vermoeden bestaat dat het regelmatig voorkomen van schijndracht op de lange termijn kan leiden tot melkkliertumoren.
4.    Reductie op het ontstaan van melkkliertumoren indien de castratie voor de 4e loopsheid plaatsvindt. Aangetoond is dat wanneer de teef tussen de 1e en 2e loopsheid gecastreerd wordt de kans op het ontstaan van melkkliertumoren 7 keer kleiner is dan wanneer ze niet gecastreerd wordt. Bij iedere loopsheid neemt de kans op melkkliertumoren toe.
5.    Geen kans meer op een baarmoederontsteking
6.    Verlaagde kans op het ontstaan van suikerziekte door ongevoeligheid voor insuline tgv het hormoon progesteron.

Nadelen van castratie van de teef
1.    Gevoeliger is voor het ontwikkelen van overgewicht door een verlaging in het stofwisselingsniveau.
2.    Castratie van de teef kan bij bepaalde hondenrassen zorgen voor een verminderde functie van de blaashals waardoor incontinentie kan optreden. Gevoelige rassen zijn oa.: Deense dog, Boxer, Dobermann, Riesen-schnauzer, Bobtail en Ierse Setter. Dit probleem kan goed met medicatie opgelost worden, maar deze zal wel levenslang gegeven moeten worden.
3.    De kwaliteit van de vacht kan verminderen. Deze kan doffer en stugger worden. Ook kan de hond het hele jaar door gaan verharen.
4.    Geslachtshormonen zijn voor een groot deel ook verantwoordelijk voor het gedrag. Na castratie kan de hond rustiger worden, maar aan de andere kant kan ze ook scherper en soms zelfs agressiever worden.
5.    Castratie vindt altijd plaats onder algehele narcose. Iedere narcose kent uiteraard een risico. Het risico kan geminimaliseerd worden door op het juiste moment te castreren, door goede voorzorgsmaatregelen te treffen voor de operatie en door gedegen klinisch onderzoek voor de narcose.

Wij adviseren een teef tussen de eerste en tweede loopsheid te laten castreren. De reden dat wij niet voor de eerste loopsheid castreren is dat er een verhoogd narcose risico is wegens de leeftijd en een verhoogde kans op het ontstaan van obesitas (overgewicht), urine-incontinentie en een  onderontwikkeling van de geslachtsdelen. Wanneer we langer wachten met castreren neemt de kans op melkkliertumoren juist weer toe.

Van Stad tot Wad Dierenartsen biedt de mogelijkheid je hond op twee verschillende manieren te laten castreren. De “traditionele” operatie via een snee in de buik, of via een "kijk"-operatie via 2 kleine gaatjes.  We zullen beide technieken beschrijven, zodat je een goede keuze kunt maken voor je hond.

“Traditionele”castratie van de teef
Wat ons betreft is het ideale tijdstip van traditionele castratie 3 maanden na de eerste loopsheid. Dit in verband met hormooninvloeden tijdens de loopsheid, het weer tot rust komen van de baarmoeder, en zo de kans op complicaties te verkleinen. Bij sommige jonge teven  kan de tweede loopsheid onverwacht kort op de eerste volgen. Dit kan helaas niet van tevoren  ingeschat worden. De Rottweiler en de Duitse Herder zijn rassen die hier gevoelig voor zijn.

Voor de operatie
Voorafgaand wordt je hond gewogen en controleert de dierenarts haar algehele conditie, hart en longen. Vervolgens wordt er in je bijzijn een braunule in de voorpoot geplaatst en krijgt de hond een slaapmiddel toegediend. Je mag er bij blijven totdat de hond in slaap is, voor beide wel zo fijn. Zodra de hond in slaap is wordt zij geïntubeerd, geschoren en wordt de buik gedesinfecteerd en wordt de hond aangesloten op de gasnarcose en bewakingsapparatuur.

De operatie
Tijdens de operatie wordt er een sneetje gemaakt in de buikwand. In principe worden alleen de eierstokken verwijderd, mits de baarmoeder niet afwijkend is. Nadat de eierstokken verwijderd zijn, wordt de buik gesloten met onderhuidse hechtingen.

Nazorg
De meeste honden zijn de volgende dag weer helemaal de oude. Vanwege de hechtingen is het wel verstandig je hond 7 tot 10 dagen aan de lijn uit te laten, geen wilde spelletjes met haar te doen en ook niet laten zwemmen. Deze hechtingen hoeven niet verwijderd te worden, wel zien we je hond graag na 2 dagen even terug voor een controle.
Probeer te voorkomen dat ze heftig gaat likken aan de wond (evt met shirtje of kraag). Je hond krijgt voor 5 dagen pijnstilling/ontstekingsremmers mee. Wij adviseren de wond 1x per dag gedurende 14  dagen te controleren. Wanneer er zwelling, roodheid of pus aanwezig is neem dan contact met  ons op.
In een enkel geval komt het voor, dat na de sterilisatie wat bloed uit de vagina komt. Dit is niet zorgelijk en verdwijnt meestal na een paar dagen. Indien je je toch zorgen maakt, dan mag je natuurlijk altijd  bellen. Na sterilisatie is er kans op gewichtstoename. We adviseren je hiermee rekening te houden bij het voeren. 2 à  3 maanden na de sterilisatie mag je langskomen voor een (gratis) gewichtscontrole.