Menu
  • Spoed:24/7

Hond

  • Artrose bij de hond
  • De jeukende patiënt
  • De jonge hond
  • Faecesonderzoek (ontlastingsonderzoek)
  • Gebitsbehandeling
  • Hartruis bij de hond
  • Het urineonderzoek
  • Het zindelijk maken van een pup
  • Is je huisdier drachtig?
  • Je huisdier mee op vakantie
  • Laparoscopie
  • Risicohond voor hartproblemen
  • Teken
  • Wormen

Artrose bij de hond

Wat is artrose?

Artrose is een ander woord voor slijtage van de gewrichten, die ontstaat als een gewricht beschadigd raakt. Vaak zie je deze aandoening in de elleboog of heupgewrichten, maar ook in andere gewrichten van de voor en achterpoten.

Wat is een gewricht?

Een gewricht bestaat meestal uit twee botdelen, die bekleed zijn met kraakbeen met daartussen smeervloeistof. De twee botdelen worden bij elkaar gehouden door het gewrichtskapsel en diverse banden. Een gewricht wordt bewogen door de spieren (die samentrekken en ontspannen) rondom het gewricht

Hoe ontstaat artrose?

De oorzaak van artrose kan grofweg ingedeeld worden in twee categorieën, artrose door het gevolg van leeftijd en artrose door het gevolg van andere problemen, ziekten of beschadigingen. De beschadiging kan bijvoorbeeld komen door een ongeluk of klap, een afwijkende belasting door bijvoorbeeld het scheuren van de kruisband of een ontsteking door een los stukje bot in de elleboog (LPC).

Artrose, en dan?

Het volledig genezen van artrose is dus niet mogelijk. Met een goede behandeling kan uw dier bijna altijd de goede kwaliteit van leven weer terugkrijgen. De behandeling bestaat uit meerdere opties:

Voeding en voedingssupplementen

Voer kan van groot belang zijn omdat dat de ontstekingsreactie en de afbraak van kraakbeen remt. Dit dieetvoer is een volwaardig voer en kan dus levenslang gegeven worden. Ook zijn en voedingssupplementen zoals glucosamine en omega-3, ook dit smeert de gewrichten en versoepelen de beweging.

Fysiotherapie

Regelmatige, gecontroleerde beweging is het beste zolang het gewricht niet overbelast wordt. Zwemmen, lopen aan de lijn of lopen aan de lijn naast de fiets zijn goede vormen van training. Door goede training worden de spieren van uw dier sterker waardoor de gewrichten vaker ontlast worden. Een dierfysiotherapeut kan u hierbij helpen om de training van uw dier te optimaliseren. Ook kunnen zij een goed trainingsschema voor uw dier opbouwen.

Rust en beweging

Goede gedoseerde beweging is van groot belang om de gewrichten soepel te houden.

Pijnstillers / ontstekingsremmers

Pijnstilling maakt het comfortabeler voor uw dier. De ontstekingsremmers zorgen er tevens voor dat de verergering van de artrose geremd wordt. Pijnstillers zijn soms van belang omdat uw dier niet bang moet zijn om te bewegen, door pijn kan het zijn dat uw dier niet durft te bewegen.

Gewichtsbeperking

Door uw hond op een gezond gewicht te krijgen en te houden komt er minder gewicht op de gewrichten en is dit dus aangenamer voor de hond. Ook kan het voorkomen dat door gewichtsvermindering er minder pijnstilling nodig is.

De jeukende patiënt

Je huisdier heeft voor langere tijd last van de huid, de oren, en/of jeuk. Wij volgen een stappenplan om erachter te komen wat de oorzaak is van deze klachten.

Parasieten

Regelmatig ontvlooien met een goed product is belangrijk. Dieren die gevoelig zijn aan vlooien kunnen al enorme jeuk krijgen van één beet. Eventueel aanvullend huidonderzoek zoals cytologie, biopten of een kweek kunnen uitgevoerd worden.

Voedselovergevoeligheid?

Dit is een reactie van het immuunsysteem op eiwitten in de voeding, vaak kip, varken of rund. Dit testen we door een speciaal dieet te geven waarin deze eiwitten niet zitten (RC hypoallergenic of RC anallergenic). We geven dit strikt voor 8 weken, waarbij het dier niets anders mag hebben (snoepjes, koekjes etc.). Na 8 weken starten we het eigen voer op, als de klachten terugkomen, hebben we deze diagnose bevestigd.
Follow-up: paraveterinair

Atopische dermatitis?

Dit is een allergie tegen omgevingsstoffen. Deze diagnose wordt gesteld door het uitsluiten van andere oorzaken. We kunnen dit op twee manieren behandelen, symptomatisch of hyposensibilisatie. Bij een symptomatische behandeling remmen we de jeuk met medicatie en ondersteunen we de huid. Bij hyposensibilisatie willen we het dier ongevoelig maken tegen de allergenen. Voor hyposensibilisatie wordt er bloed afgenomen waaruit wordt bepaald waar het dier allergisch voor is. Deze stoffen worden in een vaccin gebracht en dit moet levenslang aan het dier toegediend worden. Na 10 maanden wordt er een evaluatiemoment ingepland om te bepalen of het verlichting geeft. Dit is ook mogelijk bij de kat, maar wordt veel minder vaak toegepast.

Dermatoloog

Mochten bovenstaande stappen niet genoeg verlichting geven, dan verwijzen wij u door naar een dermatoloog.

De jonge hond

Na de aanschaf van je jonge hond komt er in korte tijd veel op je af. Wij zetten de hoofdpunten graag voor je op een rij. Over elk onderwerp valt natuurlijk veel meer te vertellen. Ook bestaat er uitgebreidere informatie op papier over diverse onderwerpen. Aarzel dus niet om bij vragen contact met ons op te nemen.

Algemeen

Het is gebruikelijk, dat een jonge hond op de leeftijd van ongeveer acht weken naar de nieuwe eigenaar gaat. Meestal ontvangt je bij je hond een dierenpaspoort. Hierin staan de gegevens van de hond, de resultaten van het eerder uitgevoerde gezondheidsonderzoek en de inentingen genoteerd.

Gezondheidscontrole

Als je met je nieuwe hond voor het eerst in onze praktijk komt, vindt een lichamelijk onderzoek plaats. Hoewel we niet alles kunnen vaststellen, kun je ervan uitgaan dat na zo'n onderzoek als regel duidelijk is of je een gezonde en goed verzorgde hond in bezit hebt.

Chippen

Niet alleen honden met stamboom worden gechipt voordat ze het nest verlaten, maar sinds april 2013 ook alle andere honden. Aanschaf van een hond zonder chip is verboden. Het chipnummer en de dier- en eigenaargegevens worden geregistreerd bij een databank. Denk eraan om na aanschaf de registratie van de chip te controleren of aan te passen. Dit kan via de website van de betreffende databank. De website www.chipnummer.nl biedt ook een goed overzicht.

Vaccinaties

Meestal is de hond op de leeftijd van zes weken ingeënt tegen hondenziekte en parvo. Op de leeftijd van negen weken krijgt de hond een inenting tegen parvo en de ziekte van Weil, op de leeftijd van twaalf weken tegen hondenziekte, leverziekte, parvo en de ziekte van Weil. Daarna moet de inenting tegen één of meer ziektes jaarlijks worden herhaald. In dit schema ontbreken twee inentingen, namelijk die tegen hondsdolheid en tegen kennelhoest. Hondsdolheid is verplicht als je met de hond de grens over gaat. Kennelhoest wordt meestal gevraagd als de hond naar een cursus gaat of naar een dierenpension.

Ontwormen

Pups worden tijdens de dracht of kort na de geboorte besmet met spoelworm. Ontwormen is dus belangrijk voor de hond zelf maar is ook belangrijk voor de volksgezondheid. Spoelwormen van honden en katten kunnen namelijk bij mensen problemen geven. Meestal zijn honden rond de inenting op zes weken eenmaal ontwormd. Het Europese advies is echter om honden elke twee weken te ontwormen tot de leeftijd van acht weken, daarna maandelijks tot een half jaar en daarna tenminste viermaal per jaar. De assistente adviseert je graag over een schema op maat voor je hond en over geschikte middelen.

Vlooien en teken

Vlooien komen het hele jaar voor. Je kunt met een metalen vlooienkam de vacht controleren op vlooien en de ontlasting van vlooien, de zwarte korreltjes. Als je die vindt, ontkom je niet aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Er zijn grote verschillen in werkzaamheid en toedieningsgemak. De assistente kan je hier meer over vertellen. Teken zijn vooral een probleem in de zomer, maar we zien teken tot diep in het najaar. Ze kunnen ziekten

overbrengen, zoals de ziekte van Lyme, Anaplasmose en Babesiose. Vlooienmiddelen werken vaak niet of onvoldoende tegen teken. Een tekentang kan behulpzaam zijn, maar soms zijn antitekenmiddelen noodzakelijk. Ook hierover geeft de assistente je graag advies.

Voeding

Over voeding bestaan veel verschillende en soms ook tegenstrijdige opvattingen. Als je het jezelf niet te moeilijk wilt maken en de hond niet tekort wil doen kun je het beste uitgaan van zogenaamde complete voedingen. Als je je daarbij richt op de betere - en vaak dus wat duurdere - merken, kunt je er als regel op vertrouwen dat je verantwoord bezig bent. Tot drie maanden kun je het beste viermaal per dag voeren, tussen drie en zes maanden driemaal en vanaf zes maanden tweemaal per dag.

Bij Van Stad tot Wad is Royal Canin het huismerk. Dit is kwalitatief uitstekende voeding, die smakelijk is en betaalbaar.

Uitlaten en bewegen

Vaker per dag kleine stukjes wandelen is bij jonge honden beter dan grote wandelingen. Over wel of geen traplopen bij grote rassen bestaan allerlei opvattingen. Het belangrijkste is dat je probeert piekbelastingen te beperken. Een trap voorzichtig op- en aflopen is niet zo'n probleem. Een trap op galopperen kan dat wel zijn. Datzelfde geldt ook voor ravotten en ruw spelen met andere honden. Aan de andere kant moet een dier zich ook wel een beetje vrij en ontspannen kunnen ontwikkelen. Met gezond verstand een middenweg zoeken is dan soms nodig.

Opvoeding

Dit onderwerp is niet in een alinea te bespreken. Wil je hierover meer informatie bezoek dan onze puppyparty, of ga naar een cursus of koop een goed boek. Een paar algemene opmerkingen:

a. Belonen werkt vaak beter dan straffen.

b. Jij bent de baas en je moet dat ook uitstralen.

c. Een hond is geen mens. De hondenlogica werkt anders dan bij ons.

Verzekeren

Huisdieren kosten geld en daarbij horen nu en dan ook dierenartskosten. Meestal zijn deze kosten te overzien. Soms is echter een uitgebreid onderzoek, een intensieve behandeling of een operatie nodig. In zo'n situatie kunnen de kosten flink oplopen. Je hebt het dan al snel over honderden euro's en bij orthopedische ingrepen soms tot ruim boven de duizend euro. Als je zo'n bedrag niet of slechts met moeite kunt betalen, kun je overwegen een ziektekostenverzekering af te sluiten. Die zijn er in alle soorten en maten. Let bij de beoordeling goed op de verzekeringsvoorwaarden! We hebben in de praktijk informatie over een paar goede verzekeraars, te weten Proteq en Petplan.

Sterilisatie en castratie

Loopsheid, in principe een natuurlijk verschijnsel, levert allerlei ongemakken op en wordt daarom vaak als ongewenst beschouwd. Sterilisatie is dan te overwegen. Eigenlijk is het een castratie, want de eierstokken worden operatief verwijderd. Daardoor wordt het dier niet alleen onvruchtbaar, maar ook treedt er geen loopsheid meer op. Bijkomend voordeel van sterilisatie op jonge leeftijd is de kleinere kans op melkklierkanker. Ook zal het dier niet meer schijnzwanger worden. Belangrijkste nadelen zijn het verhoogde risico op overgewicht en bij grote rassen het risico op incontinentie van urine. De dierenarts bespreekt met je graag de

voor- en nadelen, toegespitst op jouw situatie. Van Stad tot Wad Dierenartsen biedt de mogelijkheid je hond te laten steriliseren via een sneetje in de buik (traditionele werkwijze), of via een "kijk"-operatie(laparoscopie). Met behulp van geavanceerde apparatuur worden via twee kleine wondjes de eierstokken verwijderd. Deze techniek is weliswaar wat duurder dan de traditionele werkwijze, maar heeft voor het dier duidelijke voordelen: Een kortere operatieduur en daardoor een minder belastende narcose, kleine littekens, weinig pijn en snel herstel na de operatie. De hond mag een paar uur na de operatie zijn normale activiteit hervatten!

Castratie van de reu vindt meestal plaats om het gedrag te beïnvloeden. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om hypersexualiteit, dominantie en slecht luisteren. Een andere reden voor castratie is soms de aanwezigheid van een teef. Een enkele keer is er een medische reden.

Faecesonderzoek (ontlastingsonderzoek)

Op advies van uw dierenarts of assistente is besloten een faecesonderzoek uit te voeren. Om dit onderzoek goed te kunnen doen is het belangrijk dat de ontlasting op de goede manier wordt verzameld en bewaard. U kunt daarvoor gebruik maken van de spatel en het potje die u van de praktijk heeft meegekregen.

Stappenplan verzamelen faeces bij de hond

  1. Neem het potje en de spatel mee met het uitlaten van de hond.
  2. Neem direct nadat het dier gepoept heeft het monster.
  3. Bemonster de bovenkant van de ontlasting zodat er geen besmetting ontstaat met de grond.
  4. Probeer ongeveer één eetlepel ontlasting te verzamelen.

Stappenplan verzamelen faeces bij de kat

  1. Neem het potje en de spatel mee naar de kattenbak.
  2. Neem direct nadat het dier gepoept heeft het monster.
  3. Bij meerdere katten: let er op dat het ontlastingsmonster van de goede kat afkomstig is.
  4. Bemonster zo veel mogelijk de bovenkant van de ontlasting en probeer zo weinig mogelijk kattenbakvulling mee te scheppen in het monster om besmetting te voorkomen.
  5. Probeer ongeveer één eetlepel ontlasting te verzamelen.

Faeces verzamelen gedurende drie dagen

Wanneer u gevraagd is om van drie dagen ontlasting te verzamelen dient u;

  1. Van elke poepbeurt gedurende 3 dagen ontlasting te verzamelen en in het potje te doen.
  2. Het maakt niet uit op welk tijdstip van de dag u dit doet.
  3. Alle drie de ontlastingsmonsters mogen in hetzelfde potje verzameld worden.

Belangrijk:

  • Bewaar het potje met de ontlasting in de koelkast.
  • Breng de ontlasting binnen 12 uur na de (laatste) monstername naar de praktijk.
  • Drie dagen voorafgaand aan de monstername mag er geen ontlasting van andere dieren of prooidieren gegeten worden.
  • Vul het potje maximaal tot de helft met faeces.

Gebitsbehandeling

Honden en katten zullen niet snel laten zien dat ze last hebben van het gebit. Eten is een eerste levensbehoefte en dus zullen ze daar niet snel mee stoppen als ze last krijgen van tandsteen of kiespijn. Daarom is het belangrijk om dit regelmatig na te laten kijken door de dierenarts(assistente) en zo nodig te laten behandelen.

Waarom een gebitsbehandeling?

Net als ons krijgen honden en katten tandplak door het eten van voedsel. Deze tandplak verandert in tandsteen als het niet regelmatig verwijderd wordt. Tandplak kun je zelf verwijderen door de tanden van je huisdier te poetsen, hiervoor kun je bij de assistente terecht voor een poetsinstructie. Tandsteen kun je herkennen aan de bruine aanslag op de tanden en kiezen. Tandsteen kan alleen verwijderd worden d.m.v. een gebitsbehandeling onder narcose.

Mocht er tandsteen ontstaan, dan is het belangrijk om dit te laten verwijderen. Door tandplak en tandsteen op de tanden en kiezen kan het tandvlees of zelfs de wortel ontstoken raken. Tanden en kiezen kunnen dan verloren gaan, omdat de wortel dan bloot komt te liggen of de tand of kies los gaat zitten. Dit is erg pijnlijk voor je huisdier!

Het verwijderen van tandsteen moet onder narcose gebeuren, omdat we dan ook het tandplak en tandsteen dat onder het tandvlees zit kunnen verwijderen. Daarnaast kunnen we dan goed en veilig in de mondholte aan het werk, kunnen we alle grote kiezen achterin goed zien en kunnen we beoordelen of er tanden of kiezen getrokken moeten worden.

Tijdens de behandeling word je dier geïntubeerd en voorzien van zuurstof en eventuele gasnarcose, ook word de ademhaling, hartslag en temperatuur goed in de gaten gehouden.

Een gebitsbehandeling bestaat uit:

  • Gebitsreiniging; het verwijderen van tandplak en tandsteen
  • Eventueel trekken van tanden en/of kiezen
  • Polijsten van de schoongemaakte en achtergebleven tanden/kiezen
  • Twee weken na de behandeling een gratis nacontrole bij arts of assistente, dit hangt vaak af van de behandeling die heeft plaats gevonden.

Hartruis bij de hond

Uw dierenarts heeft vastgesteld dat uw hond een hartruis heeft. Bij kleine rassen weten we dat dit bijna altijd komt door een aandoening aan de hartkleppen van de linker hart helft. De hartkleppen krijgen een afwijkende vorm en er treedt lekkage op. Dit noemen we myxomateuze klepdegeneratie.

Het lekken van de hartkleppen kan klachten veroorzaken maar dit hoeft niet. Het kan zijn dat uw hond een hartprobleem of hartfalen ontwikkelt maar wanneer en of dit gebeurt weten we niet.

Wanneer er hartfalen ontstaat zien we o.a. gewichtsverlies, benauwdheid, versnelde ademhaling en hoesten. De diagnose van hartfalen stellen we vast met behulp van een röntgenfoto van de borstkas. Hartfalen kunnen we niet stoppen maar we kunnen het hart wel ondersteunen met medicatie waardoor honden minder tot geen klachten meer hebben.

Recent is er een medicijn (pimobendan) ontwikkeld wat het ontstaan van hartfalen kan uitstellen. Hierdoor neemt de totale levensduur van uw hond toe met gemiddeld 15 maanden! Dit medicijn moet gestart worden wanneer de eerste veranderingen aan het hart plaats gaan vinden. De hond heeft dan nog geen klachten en de veranderingen kunnen we enkel vaststellen op een röntgenfoto (of echo). Eerder starten met dit medicijn heeft geen zin want misschien krijgt uw hond wel nooit een hartprobleem.

Hoe weten we nou wanneer we pimobendan moeten starten? Uw hond heeft namelijk nog geen klachten op het moment dat we moeten starten.

Het advies is om uw hond jaarlijks te laten onderzoeken bij een dierenarts en jaarlijks een röntgenfoto van de borstkas te laten maken. Alleen dan kunnen we op het goede moment starten met de juiste medicatie.

Wilt u geen gebruik maken van dit monitoringstraject? Het advies is dan om het gewicht van uw hond en de ademhaling in rust goed in de gaten te houden. Ook kunt u letten op benauwdheid en hoesten. De ademhaling van uw hond kunt u wekelijks tellen als hij ligt te slapen. Kijk hoe vaak zijn buik omhoog en naar beneden gaat. Eén keer omhoog en naar beneden is één ademhaling. Er mogen niet meer dan 30 ademhalingen per minuut zijn.

Dit betekent wel dat, als uw hond klachten krijgt, we de therapie pas starten wanneer uw hond hartfalen ontwikkelt en zijn totale levensduur (gemiddeld) minder lang zal zijn.

Voor vragen kunt u altijd contact met ons opnemen.

Het urineonderzoek

Op advies van uw dierenarts of assistente is besloten een urineonderzoek uit te voeren. Om dit onderzoek goed te kunnen doen is het belangrijk dat de urine op de goede manier wordt opgevangen en bewaard. U kunt daarvoor gebruik maken van een pipet en een buisje, die u van de praktijk kunt meekrijgen.

Stappenplan urine opvangen bij de hond

  • Neem het buisje en de pipet mee met het uitlaten van de hond.
  • Zorg er tevens voor dat u een schoon bakje, pannetje of soeplepel bij u heeft om de urine makkelijk in op te vangen.
  • Probeer midstream urine op te vangen
  • Wanneer de hond in het bakje heeft geplast kunt u de urine met de pipet hieruit opzuigen en deze weer leegdrukken in het buisje. Het liefst hebben wij 1 buisje vol!
  • Het beste is de urine zo snel mogelijk bij ons langs te brengen voor onderzoek. Indien dit niet mogelijk is kunt u de urine best in de koelkast bewaren, dit maar voor maximaal 4uur om bacteriegroei te voorkomen.

Stappenplan urine opvangen bij de kat

  • Voor het opvangen van urine bij de kat adviseren wij Katkor. Dit zijn kunststof kattenbak korrels die geen vocht opnemen.
  • Katkor: Verwijder de oude kattenbakvulling uit de kattenbak en reinig deze vervolgens grondig. Maak hem vervolgens goed droog. Breng nu de Katkor aan in de bak. Zodra uw kat een plasje heeft gedaan in de bak kunt u de urine opzuigen met de meegeleverde pipet en overbrengen in het buisje. Het liefst hebben wij een half buisje vol met urine! Breng de urine zo snel mogelijk langs.
  • Nadat u de urine heeft opgevangen kunt een de korrels uit de bak halen en kan de gewone kattenbakvulling weer in de bak.
  • NB! Na grondig wassen en drogen kunnen de korrels worden hergebruikt.

Belangrijk!

  • Bewaar de urine nooit langer dan 4 uur in de koelkast.
  • Minder dan 1 cm urine is vaak te weinig voor een goed diagnostisch onderzoek. Probeer daarom minimaal 1 cm mee te brengen.
  • Geen urine van de grond opzuigen. Dit geeft veel vuil in het diagnostisch onderzoek.

Het zindelijk maken van een pup

Onder zindelijkheid verstaan we dat de hond zijn behoefte ergens buiten doet en ook nog op gezette tijden die wij voor de pup bepalen. Voor ons is dit erg duidelijk, voor een hond nog niet.

Zindelijkheid begint al in het nest

De moederhond houdt het nest schoon door alle uitwerpselen op te eten. Op latere leeftijd duwt ze de pups van de slaapplaats weg als ze hun behoefte moeten doen. Een goede fokker stimuleert dit en zorgt voor 2 verschillende vloeroppervlaktes (b.v. een deken als slaapplaats en kranten daarbuiten).

Wanneer de pup bij je thuis is begint het echte werk!

Goed in de gaten houden is het belangrijkste. Wanneer je gedurende een tijdje niet in de gelegenheid bent om je pup goed in de gaten te houden, kun je hem (kort) in een bench doen. Wanneer je een deken in de bench legt ziet hij deze als zijn nest en zal deze niet gauw bevuilen. Bedenk wel dat als je de pup te lang in bench opsluit hij deze wel zal gaan bevuilen, om de simpele reden dat hij nog niet anders kan. Op deze manier verleert hij eerder aangeleerd goed gedrag weer.

Als de hond al krantzindelijk is kun je bij de voor- en achterdeur wat kranten neerleggen. Bij het goed observeren van de pup zul je zien dat deze eerst langdurig snuffelt en rondjes gaat draaien op dezelfde plek. Meestal zal de pup ook wat moeten doen als deze net heeft geslapen, heeft gegeten of heeft gespeeld. Juist bij dit gedrag of na deze dingen til je de pup rustig op en neem je hem mee naar een plek waar hij later ook zijn behoefte mag doen, je wacht net zolang tot de pup zijn behoefte gedaan heeft. Erg makkelijk is het om hier een commando aan te koppelen, bijvoorbeeld: “Plasje doen”. Hierna beloon je de pup uitbundig. Dit kan met je stem.

Soms vinden pups het buiten zo leuk, dat ze vergeten te plassen en liever gaan spelen. Pas bij binnenkomst zal de pup gaan zitten en plassen. Het is dan ook belangrijk dat er speelkwartiertjes zijn en plasmomenten. Als de pup heeft geplast bij het commando plasje doen is het beter om direct weer naar binnen te gaan, eventueel met een koekje, en niet te gaan spelen. De pup moet het verschil leren tussen spelen en plassen. Beter is het om in het begin wat vaker uit te gaan, zodat de hond zijn energie ook kwijt kan en de wereld goed kan verkennen.

Te laat...

Natuurlijk komt het voor, dat je te laat bent en de pup wat in huis heeft gedaan. Het heeft echt geen enkele zin om hem hiervoor te corrigeren. De pup met zijn neus er door heen halen, maakt de pup alleen angstig. Bij een ongelukje (ook in de bench) kun je de plek beter direct schoonmaken omdat bij het te lang laten liggen, de hond dit als gewoon ziet en de plek meer gaat bevuilen.

Ga in het begin, ook als de pup nog geen aanstalten maakt om iets te doen, gewoon vaak naar een plek waar hij wat mag doen. Om de 1-2 uur en na het eten, slapen en spelen. Als je wacht en daarna uitbundig beloont, zal de hond sneller zindelijk zijn. Kies plekken die niet te ver verwijderd zijn van het huis, en kies ook meerdere plekken. Anders kom je, als je de hond meeneemt op visite in de problemen omdat zijn eigen plekje niet in de buurt is.

Let op!

Het is voor ons geweldig als de hond zelf aan gaat geven wanneer hij wat moet doen. Het is dan ook logisch dat je de hond hiervoor gaat belonen en met hem mee gaat naar buiten. Wat je je moet realiseren is dat de pup ook leert dat hij je zover krijgt dat je mee naar buiten gaat. Op dat moment is hij dus eigenlijk een commando aan je aan het geven. Draai dit daarom nu al om. Als hij aangeeft dat hij naar buiten moet, roep hem dan eventjes bij je. Nu geef je namelijk als laatste een commando, in dit geval “Hier” en als beloning hiervoor kun je de hond mee naar buiten nemen. Je houdt nu zelf het initiatief in handen en daar gaat het om!

Veel succes!

Is je huisdier drachtig?

Om zeker te weten of je huisdier drachtig is kun je een echo (vanaf dag 28) of röntgenfoto (vanaf dag 50) laten uitvoeren door de dierenarts. Belangrijk om te weten is dat de draagtijd van zowel hond als kat +/- 63 dagen is.

Het is belangrijk om op een aantal zaken te letten rondom de bevalling

Een normale bevalling bij de hond gaat meestal als volgt

24 uur vóór de bevalling: lichaamstemperatuur van de teef daalt, onrust, nestjes maken, veel hijgen, minder eten (of eten weigeren). Wel is het belangrijk om ook de normaalwaarde van de lichaamstemperatuur van de teef te weten. Meet dus al ver voor de bevalling de temperatuur, zo weet je de normaal waarde. Elke dag temperaturen is niet nodig en kan ook als vervelend worden ervaren bij de teef. Doe dit alleen op de laatste dag(en) van de dracht.

  • Wanneer de waterblaas zichtbaar is, volgt de pup meestal ook. De teef moet wel blijven persen.
  • Het kan 1,5 uur duren tussen de geboorte van 2 pups.
  • Meestal volgt op elke pup een nageboorte. De moeder eet deze meestal op (het is erg voedzaam). Laat haar er niet teveel van eten; grote kans op diarree.
  • De vaginale uitvloei varieert van roodbruin naar donkergroen, eerst is de uitvloeiing overvloedig daarna vermindert het geleidelijk. De uitvloei kan dagen tot weken te zien zijn.
  • Laat geen bezoek binnen en zorg dat de hond zo weinig mogelijk ziet er hoort. Sommige teven gaan hun bevalling al onderbreken bij een kleine verstoring.

Wanneer moet je de dierenarts bellen

  • Als de hond niet binnen 24 uur na de temperatuurdaling begint te bevallen.
  • Als er 1 uur nadat de waterblaas gezien is nog geen vordering is.
  • Als de hond al meer dan 30 minuten perst zonder resultaat.
  • Als er meer dan 2 uur verstreken is na de geboorte van de laatste pup. Dit geldt natuurlijk niet als het om de laatste pup van het nest gaat.
  • Als er een grote hoeveelheid rood vers bloed uit de vagina komt.
  • Als er een stinkende, bruine of gele uitvloei te zien is tijdens of na de bevalling.
  • Als het moederdier zwak of lusteloos is.

Een normale bevalling bij de poes gaat meestal als volgt

  • Bij de poes is het soms erg lastig te zien wanneer ze gaat bevallen, sommige poezen verstoppen zich terwijl andere poezen juist heel aanhalig worden.
  • Laat de poes vooral met rust, zorg voor een rustig plekje.
  • Na de eerste wee moet het eerste kitten binnen een uur geboren worden.
  • Tussen de kittens zit meestal drie kwartier maar dit kan ook enkele uren zijn, zo lang de moederpoes zich rustig houdt hoef je je geen zorgen te maken, zodra de moederpoes weer begint te persen moet het kitten binnen 30 minuten geboren zijn.
  • Zorg tijdens de bevalling voor absolute rust! Stress kan er voor zorgen dat de bevalling gestaakt wordt.

Wanneer moet je de dierenarts bellen

  • Als de moederpoes meer dan 20 minuten krachtig perst zonder resultaat.
  • Als de moederpoes 1 à 2 uur af en toe zwak perst.
  • Bij verlies van veel bloed uit de vulva, of bruinzwarte uitvloeiing.

Groei

Zowel bij de kat als bij de hond, weeg het geboorte gewicht van de pups/kittens binnen 24 uur na de geboorte. Na de geboorte is het belangrijk dat de pups/kittens bij de moeder gaan drinken. De eerste melk word ook wel biest genoemd. Biest bevat antistoffen die de pups/kittens de eerste levensweken beschermen tegen infecties. Pups/kittens hebben nog weinig energie reserves dus daarom is het ook belangrijk dat ze snel gaan drinken, mocht dit niet het geval zijn dan raken ze snel onderkoeld, uitgeput en uitgedroogd.

Wanneer een pup/kitten niet goed drinkt en afvalt is het van belang om bij te voeren. Bij ons in de praktijk is pup/kitten melk verkrijgbaar. Op de verpakking staat hoeveel en hoe vaak een dier bijgevoerd moet worden. Het is verstandig om het hele nest bij te voeren, zodat de dikkere pups/kittens eerder vol zijn en er meer moedermelk over blijft voor de pups/kittens die bijgevoerd moeten worden.

Het is aan te raden om het nestje elke dag te wegen. De eerste dag mogen ze iets afvallen, maar het is belangrijk dat ze daarna elke dag wel blijven groeien. De richtlijn is dat na 10 dagen het gewicht verdubbeld moet zijn van de pups/kittens.

Nuttige tips

  • Geef het moederdier puppy/kitten brok tijdens de dracht, na de eventuele echo. Geleidelijk laten wennen aan het voer: eerst mengen met het oude voer. Dit voer geef je zo lang het moederdier de pups/kittens zoogt.
  • Het moederdier gaat steeds meer kleine beetjes eten, dit omdat er steeds minder ruimte is in de buik.
  • Belangrijk om te ontvlooien en ontwormen voordat het moederdier gaat werpen. LET OP: gebruik wel een middel die veilig is voor drachtige dieren.
  • Als het nest last heeft van vlooien is het belangrijk om ze goed te kammen en eventueel een spray tegen vlooien te gebruiken. Vlooien kunnen bloedarmoede veroorzaken.
  • Houd de temperatuur in de gaten van de ruimte waar de pups/kitten zich bevinden. Deze plek moet rustig zijn, en eventueel als het niet warm genoeg is worden voorzien van een warmte lamp.
  • De ideale omgevingstemperatuur in de directe omgeving van de pups is 29-32°C. Voor de teef ligt de ideale temperatuur een stuk lager. In een goed geïsoleerde werpkist wordt dan ook meestal een temperatuur van 24-27°C aangehouden.

Je huisdier mee op vakantie

Je wil je hond of kat meenemen naar het buitenland. Dat kan een goed idee zijn, maar hou er rekening mee dat veel landen eisen stellen aan de invoer van je huisdier. Op www.licg.nl vind je een lijst met invoereisen.

Het is niet altijd de beste oplossing voor je huisdier om mee te gaan op reis.

Voor veel huisdieren betekent een verandering van omgeving veel stress. De reisduur kan eveneens belastend zijn, net als het klimaat van het land waar je naar toe gaat. Er kunnen op de plaats van bestemming bovendien lokaal voorkomende ziekten zijn waardoor je huisdier extra risico loopt. Informeer hiernaar bij je dierenarts en bedenk zorgvuldig of het echt wel verstandig is je huisdier mee te nemen.

Als je besluit je huisdier mee te nemen met vakantie naar het buitenland is altijd een rabiësvaccinatie verplicht. Ook een chip (of tatoeage) en een officieel Europees dierenpaspoort zijn verplicht. De rabiësvaccinatie moet voor de meeste landen minimaal 21 dagen voor vertrek worden toegediend. Denk ook aan een goede vlooien- en tekenbestrijding / zandvliegbestrijding. Het is natuurlijk ook raadzaam je hond goed te ontwormen, voor en na je vakantie.

Ontwormschema
Aantal dagen in risico gebied Behandelingsadvies
1- 28 dagen Dag van thuiskomst en een maand na thuiskomst
Langer dan 28 dagen Maandelijks op bestemming, dag van thuiskomst en een maand na thuiskomst

 

Vervoer

Auto

Vervoer je huisdier op een veilige manier, bijvoorbeeld in een bench die is vastgezet, of met een speciale veiligheidsriem. Het is verboden je huisdier te vervoeren in de caravan. Zorg voor voldoende water en stop om de twee uur om de hond uit te laten. Sommige huisdieren kunnen misselijk worden tijdens de reis. Geef daarom geen eten kort voor de reis en zorg voor een rustige rijstijl. Er bestaan medicijnen tegen reisziekte, maar die hebben soms ook nadelen. Wees verder bedacht op oververhitting. Dit kan in korte tijd leiden tot een levensgevaarlijke situatie.

Vliegtuig

Neem voor mogelijkheden, eisen en vragen contact op met je luchtvaartmaatschappij. 

Tijdens de vakantie

Water en voer

Neem bij voorkeur je eigen droogvoer mee. Overgang van voer kan maag- en darmproblemen opleveren. Geef je huisdier alleen water dat geschikt is voor consumptie oftewel dat je zelf ook zou kunnen drinken. Zorg dat je huisdier altijd de beschikking heeft over water.

Overbelasting

Het is natuurlijk heerlijk om met je hond op de plaats van bestemming lange wandelingen te maken. Houd echter wel rekening met zijn conditie en met het klimaat ter plaatse. Geef je huisdier de tijd om te wennen aan de omstandigheden. Wil je echt fikse wandelingen maken in de vakantie zorg dan dat de hond al van tevoren goed getraind is. Laat je hond niet meer inspanning leveren dan het dier gewend is, gun het dier rust en geef hem een plaats in de schaduw / koelte op het heetst van de dag.

Oververhitting / zonnesteek

Het huisdier is versuft of soms ook in paniek, en hijgt veel. Temperatuur de hond bij twijfel. De normale temperatuur in rust ligt tussen 38,0 en 39,0 graden Celcius. Zorg voor afkoeling: Plaats het dier uit de zon, laat hem geen inspanning meer leveren en overgiet hem met water. Geef je dier met tussenpozen van 5 tot 10 minuten kleine beetjes water drinken. Als de temperatuur niet snel zakt, is de hulp van een dierenarts noodzakelijk.

Diarree / braken

Zorg dat je huisdier in ieder geval voldoende blijft drinken en geef het dier kleine porties, verdeeld over de dag, te eten. 

Neem bij ernstige gevallen altijd direct contact op met de dierenarts ter plaatse!

De checklist

  • Het dierenpaspoort
  • De rabiës- en gezondheidsverklaring en evt. andere papieren die door de dierenarts verstrekt zijn
  • Eventuele medicijnen voor het huisdier
  • Tekentang
  • Thermometer
  • E.H.B.O. spullen (verband, ontsmettingsmiddel, schaar, pincet, steriele gaasjes)
  • Muggen- en of tekenwerende middelen
  • Ontvlooings- en of ontwormingsmiddelen
  • Voer en drinkwater met etens- en drinkbak
  • Riem/tuigje (evt. muilkorf)
  • Deken, matje en speeltje

Na de vakantie

Ontworm je huisdier na de vakantie. Raadpleeg bij twijfel over de gezondheid je dierenarts en vermeld dat het dier mee is geweest op reis en waarheen.

Laparoscopie

Voordelen

Laparoscopie heeft een aantal grote voordelen ten opzichte van de ‘gewone’ sterilisatie van de teef.

  • De operatie is minder pijnlijk voor je huisdier.
  • Er is een kortere operatieduur waardoor een minder belastende narcose ontstaat.
  • Tijdens de operatie worden kleine incisies gemaakt wat uiteindelijk kleinere littekens oplevert.
  • Over het algemeen ervaart de teef weinig pijn en daardoor een snel herstel na de operatie.
  • Een paar uur na de operatie mag je hond zijn normale activiteit al hervatten!
  • In tegenstelling tot ‘gewoon’ steriliseren kan de laparoscopische sterilisatie plaatsvinden op elk gewenst moment, ook tijdens de loopsheid.

Voor de operatie

Voor iedere operatie wordt je hond gewogen en nagekeken door de dierenarts. Je hond wordt gecontroleerd op haar conditie en de dierenarts luistert naar hart en longen.

Er bestaat de mogelijkheid van een pre-anesthetisch bloedonderzoek. Bij dit onderzoek wordt door middel van een bloedafname gecontroleerd op een aantal vitale organen van de hond.

Je hond wordt voor de operatie nagekeken door de dierenarts.

Ter voorbereiding op de operatie plaatst de dierenarts een braunule in de voorpoot van de hond. Via deze braunule krijgt de hond een licht slaapmiddel toegediend. Zodra de hond slaapt gaan de dierenarts en assistente de hond verder voorbereiden.

Zo wordt de hond geïntubeerd, geschoren en wordt de huid gedesinfecteerd door te wassen met een speciale operatiezeep.

Na de voorbereiding wordt de hond op de operatietafel gelegd en wordt ze aangesloten op de bewakingsapparatuur en de gasnarcose.  

Werkwijze

Nadat de hond voorbereid is op de operatie wordt ze op een kantelbare operatietafel gelegd. De dierenarts begint de operatie met het maken van drie kleine incisies. De gehele operatie wordt via deze incisies uitgevoerd.

Met behulp van CO2 zorgen we voor overdruk in de buik van de teef. Via een beeldscherm is de hele operatie te volgen en heeft het operatieteam een gedetailleerd beeld hoe het er aan de binnenzijde van de buik uitziet. Dankzij de kantelbare tafel en de CO2 heeft de dierenarts tijdens de operatie goed zich op beide eierstokken. Ook anders organen worden geïnspecteerd. We bekijken de nieren, lever, milt, blaas en krijgen een goede indruk van de darmen.

Wanneer de dierenarts geen afwijkingen aan de baarmoeder constateert worden alleen de eierstokken verwijderd. De hond wordt gedurende de operatie zorgvuldig door de assistente in de gaten gehouden. Dit gebeurt met behulp van moderne bewakingsapparatuur. 

Het CO2 wat voor de operatie in de buik gebracht is laten we ontsnappen. Er blijf geen lucht achter in de buik van de hond. De incisies worden gesloten met een onderhuidse hechting. De huid wordt met weefsellijm of een huidhechting gesloten.

Na de operatie wordt de hond in een verwarmde ruimte gelegd om uit te slapen. Ook hier wordt ze door de assistente zorgvuldig in de gaten gehouden.

Nazorg

De meeste honden zijn een paar uur na de operatie al weer helemaal de oude. Er is dan ook geen reden om de hond rustig te houden. Een paar uur na de operatie mag de teef haar normale activiteit al weer hervatten.

Tijdens de operatie krijgt de teef per injectie een pijnstiller toegediend. Als eigenaar krijg je voor vijf dagen pijnstillers mee om deze na de operatie aan de hond te geven.

De drie kleine wondjes vragen nauwelijks nazorg. Doordat er onderhuids gehecht wordt en de huidwondjes met lijm worden vastgeplakt hoeven er geen hechtingen verwijderd te worden.

Het is wel wenselijk dat de hond niet in de gelegenheid is om aan de wondjes te gaan likken. Dit kan voorkomen worden door het dragen een speciaal hondenshirt of een hondenkraag.

Het is voldoende om de wondjes, gedurende 14 dagen, eenmaal daags te controleren. Wanneer er zwelling, roodheid of pus ontstaat, neem dan contact op met de praktijk.

Als eigenaar ontvang je na de operatie een overzichtelijke brief mee waarop alles omtrent de nazorg nogmaals te lezen is. Graag zien we je huisdier twee dagen na de operatie terug op de praktijk voor een gratis controle.

Kosten

Voor de laparoscopische sterilisatie wordt gebruik gemaakt van geavanceerde apparatuur. Daarnaast is een ervaren chirurgisch team voorwaarde voor een voorspoedig verloop van de operatie.

De prijs voor de operatie is afhankelijk van het gewicht van de teef. 

Risicohond voor hartproblemen

Een risicohond (voor hartproblemen) zijn honden van grote rassen* die ouder dan 3 jaar zijn en meer dan 20kg wegen. We weten dat bij deze honden hartproblemen (en hartfalen) relatief vaak voorkomt. Het kan zijn dat uw hond een hartprobleem of hartfalen ontwikkelt maar wanneer en of dit gebeurt weten we niet.

Wanneer er hartfalen ontstaat zien we o.a. gewichtsverlies, benauwdheid, versnelde ademhaling en hoesten. De diagnose van hartfalen stellen we vast met behulp van een röntgenfoto van de borstkas. Hartfalen kunnen we niet stoppen maar we kunnen het hart wel ondersteunen met medicatie waardoor honden minder tot geen klachten hebben.

Tot op heden konden we grote honden met een hartprobleem niet eerder behandelen dan wanneer ze klachten kregen. Recent is er een medicijn (pimobendan) ontwikkeld wat het ontstaan van hartfalen kan uitstellen. Hierdoor neemt de totale levensduur van uw hond toe met gemiddeld 9 maanden! Dit medicijn moet gestart worden wanneer de eerste veranderingen aan het hart plaats gaan vinden. De hond heeft dan nog geen klachten en de veranderingen kunnen we enkel vaststellen op een röntgenfoto of echo. Eerder starten met dit medicijn heeft geen zin want misschien krijgt uw hond wel nooit een hartprobleem.

Hoe weten we nou wanneer we pimobendan moeten starten? Uw hond heeft namelijk nog geen klachten op het moment dat we moeten starten. Het advies is om uw hond jaarlijks te laten onderzoeken bij een dierenarts en jaarlijks een röntgenfoto van de borstkas te laten maken (echo ook mogelijk). Alleen dan kunnen we op het juiste moment starten met de juiste medicatie.

Er is er nog een extra optie. Er is een bloedtest (NT-proBNP) die kan aangeven of er wat aan de hand is met het hart. Als deze waarde normaal is, is er geen sprake van hartfalen. Als deze waarde wel verhoogd is moeten we een aanvullende röntgenfoto van de borstkas maken. Deze test is vrij nieuw en heeft helaas nog wat nadelen. Als u gebruik wilt maken van deze bloedtest gaat dit in goed overleg met uw dierenarts.

De Dobermann en Boxer(s) hebben soms nog een aanvullende test nodig. Vraag hier naar bij uw dierenarts.

Wilt u geen gebruik maken van dit monitoringstraject? Het advies is dan om het gewicht van uw hond en de ademhaling in rust goed in de gaten te houden. Ook kunt u letten op benauwdheid en hoesten. De ademhaling van uw hond kunt u wekelijks tellen als hij ligt te slapen. Kijk hoe vaak zijn buik omhoog en naar beneden gaat. Eén keer omhoog en naar beneden is één ademhaling. Er mogen niet meer dan 30 ademhalingen per minuut zijn.

Dit betekent wel dat, als uw hond klachten krijgt, we de therapie pas starten wanneer uw hond hartfalen ontwikkelt en zijn totale levensduur (gemiddeld) minder lang zal zijn.

Voor vragen kunt u altijd contact met ons opnemen.

*grote honden rassen en met name Afghaan, Airedale Terrier, Amerikaanse & Engelse Cocker Spaniel ,Berner Sennen, Bobtail, Bordeaux Dog, Boxer, Bouvier, Bull Mastiff, Dalmatiër, Deense Dog, Dobermann Pinscher, Duitse herder, Engelse springer spaniël, Flatcoated/Golden/Labrador Retriever, Ierse wolfshond, Leonberger, Mastino Napoletano, Middenslag Schnauzer, Newfoundlander, Pyrenese berghond, Rottweiler, Samojeed, Sint Bernard en ander groot ras.

Teken

Teken zijn parasieten die leven van het bloed van zoogdieren, vogels en reptielen. De teek lijkt aanvankelijk (wanneer het zich nog niet heeft volgezogen) op een klein spinnetje; het heeft acht poten en is een half tot enkele millimeters groot.

Om bloed binnen te krijgen zuigt de teek zich met de kop vast in de huid van de gastheer. Het lichaam vult zich dan met bloed en kan zo 1 centimeter in doorsnee worden. Dit kan enige uren tot vijf dagen duren. Na deze ‘bloedmaaltijd’ laat de teek zich weer vallen. Tekenbeten zijn meestal niet pijnlijk en worden vrij vaak alleen opgemerkt doordat men de teek in de huid ziet zitten. Het is dan belangrijk de teek zo snel mogelijk op de juiste manier uit de huid te verwijderen, omdat de teek ziektes over kan brengen op de gastheer.

Er zijn wereldwijd ongeveer 650 verschillende soorten teken beschreven. In Nederland komt voornamelijk de harde teek voor: Ixodes Ricinus (de gewone- of “schapenteek”). Deze teken zijn actief in de maanden maart tot oktober, met een piek in het voorjaar en het najaar. Ze hebben een voorkeur voor vochtig weer, in de winter zijn ze in rust.

Besmetting

Teken houden zich meestal schuil in hoog gras, struikgewas, bossen en duinen. Wanneer de teek lichaamswarmte van dier of mens signaleert komt deze in actie en laat zich op de gastheer vallen. De teek nestelt zich vervolgens op een zacht, vochtig en warm plekje, bij voorkeur in huidplooien zoals bij oren, ogen, lippen, nek, hals, liezen, oksels en tussen de tenen. Bij het nestelen boort de teek met de monddelen door de huid en brengt daarbij speeksel in de huid van de gastheer. Dit speeksel bevat een verdovende stof die de bloedstolling tegengaat. Hierbij kunnen ziekteverwekkers overgebracht worden.

Besmettelijke tekenziektes

Ziekte van Lyme

Bij mensen is in Nederland de ziekte van Lyme de meest voorkomende ziekte overgebracht door teken. Deze ziekte wordt veroorzaakt door de bacterie Borrelia burgdorferi, welke 20-40% van de teken bij zich draagt.

Bij dieren zien we echter bijna nooit klachten ontstaan door de ziekte van Lyme. Veel honden, maar ook sommige katten, hebben wel antistoffen tegen de bacterie in het bloed, maar worden hier bijna nooit ziek van. Klachten die bij honden voor kunnen komen zijn: kreupelheid, stramme gewrichten, verminderde eetlust, koorts en verlies van eiwit in de urine. Katten worden nooit ziek van de ziekte van Lyme.

Anaplasmose

Anaplasmose wordt veroorzaakt door Anaplasma phagocytophilum, door dezelfde teek die de ziekte van Lyme over brengt. De parasiet is ook in Nederlandse teken gevonden. Een teek moet 24 tot 48 uur bloed zuigen voordat de ziekteverwekker van Anaplasmose wordt overgedragen aan de hond. Een hond wordt 1-2 weken na besmetting ziek. Ziekteverschijnselen zijn: Lusteloosheid, slechte eetlust, diarree, braken, koorts, kreupelheid,

bleke slijmvliezen, huidbloedingen, benauwdheid en vergrote lymfeklieren. Anaplasma infecties bij de kat zijn zeldzaam, maar kunnen dezelfde verschijnselen geven.

Overige tekenziektes – Babesiose en Ehrlichiose

In het buitenland, met name in Zuid- en Oost-Europa, komen ook andere teken voor die hier in Nederland niet voorkomen. Deze teken kunnen, naast bovengenoemde ziektes, ook andere ziektes over brengen. Onder andere Babesia en Ehrlichia, die respectievelijk in de rode en witte bloedcellen kunnen gaan zitten. Deze ziektes kunnen chronisch worden en dieren kunnen er zelfs aan overlijden. Honden kunnen soms maanden of zelf jaren na de tekenbeet pas ziekteverschijnselen ontwikkelen. De afgelopen jaren zijn er echter ook gevallen van deze twee ziektes beschreven bij honden die in het geheel niet in deze warmere gebieden zijn geweest en dus de ziekte in ons land opgelopen moeten hebben.

Voorkómen van tekenziektes bij je dier

Het is belangrijk na elke wandeling de vacht van je hond te controleren op teekjes en na een dag de huid nog een keer te controleren op bobbeltjes. Wanneer je ziet dat jouw hond zich steeds krabt op dezelfde plek, controleer deze dan. De teek kan het beste zo snel mogelijk verwijderd worden; het liefst binnen 24 uur. Dit geldt ook voor de mens; wandel niet met korte broek of onbedekte lichaamsdelen in bos of struikgewas, doe broekspijpen in de sokken. En controleer ook jezelf na afloop van de wandeling op teekjes.

Het verwijderen van een teek kan het beste worden gedaan met een speciale tekenpincet of tekentang. Deze is verkrijgbaar bij onze dierenartsenpraktijk en bij de apotheek.

Zet de tang om de teek heen. Draai de teek dan voorzichtig uit de huid. Ontsmet de huid daarna met alcohol. NB: Behandel de teek vóór het verwijderen NIET met alcohol of slaolie; de teek kan hiervan gaan braken waardoor de ziekteverwekkers in de huid terechtkomen van je dier.

Houdt de wond de dagen daarna in de gaten. Bij dieren zien we nooit een kenmerkende rode kring ontstaan. Wel kan er lokaal een ontstekingsreactie ontwikkelen. Deze kan in de meeste gevallen niet veel kwaad.

Mocht een klein stukje van de teek zijn achtergebleven dan zal het lichaam hierop reageren met wat roodheid en zwelling ter plekke van de beet. Net als wanneer er een splinter zou zitten. Dit kan niet veel kwaad. De teek groeit zeker niet weer aan!

Preventieve middelen

Mocht je hond of kat regelmatig last van teken hebben, of ga je naar het buitenland, dan kun je het beste een goed tekenmiddel gebruiken. In onze praktijk zijn verschillende middelen voor hond en kat verkrijgbaar, zoals druppels voor in de nek, tabletten of tekenbanden. Je kunt de assistente vragen voor meer informatie.

Let bij de tekenband op het volgende: met name voor de landen Frankrijk, Italië, Spanje, Griekenland, Zuid Engeland, Zuid België, Midden Duitsland en de Balkanlanden is het raadzaam om twee weken voor vertrek je dier een tekenband om te doen.

Nb. Sommige producten hebben als nadeel dat de teek wel eerst te zien is op het dier, maar pas loslaat na 24 - 48 uur doordat ze afsterven. Je zou dus kunnen denken dat het middel niet werkt omdat je nog wel een teek ziet.

Wormen

Besmettingen met spoelwormen komen bij honden en katten veel voor. Ernstig ziek worden de dieren er maar zelden door. Toch is het belangrijk honden en katten regelmatig te ontwormen. Dat heeft vooral te maken met de risico’s die mensen lopen.

De cyclus van de spoelworm

Honden en katten hebben niet dezelfde spoelwormsoorten, maar in grote lijnen is de cyclus vergelijkbaar. Volwassen vrouwelijke wormen, die zich in de dunne darm van het dier bevinden, produceren grote aantallen eitjes, de hondenspoelworm 200.000 eitjes per dag. Deze eitjes komen via de ontlasting in het milieu terecht. Na een rijpingsfase van twee tot zes weken zijn de eitjes besmettelijk. De eitjes zijn zeer resistent tegen omgevingsinvloeden en kunnen daardoor maanden tot jaren besmettelijk blijven.

Honden en katten raken besmet als ze deze eitjes opnemen uit met feces vervuilde grond, zoals zandbakken, tuinen en openbaar groen, of door het eten van besmette prooidieren, zoals vogels en kleine knaagdieren. De larven trekken vanuit het maagdarmkanaal via bloedvaten naar de longen. Vervolgens worden ze opgehoest en ingeslikt om zo in de darm tot volwassen worm te kunnen uitgroeien. We zijn dan enkele weken verder. Sommige larven trekken naar spieren en organen, zoals lever, hart en longen, en kapselen zich in.

Bij drachtige teven en poezen worden deze larven in de tweede helft van de dracht weer geactiveerd, waarna ze verhuizen naar de melkklieren en bij teven ook naar de baarmoeder. Pups worden zo al voor de geboorte besmet. Pups en kittens raken verder besmet door opname van larven via de moedermelk. Deze larven maken geen trektocht, maar ontwikkelen zich direct tot volwassen wormen. Daardoor zijn alle pups en veel kittens direct of kort na de geboorte besmet met spoelwormen.

Ziekteverschijnselen bij hond en kat

Ziekteverschijnselen ontstaan meestal pas in de tweede of derde levensweek. De ernst hangt af van de mate van besmetting. De conditie wordt slechter, dieren vermageren en er ontstaat gasophoping in de darmen (“wormenbuik”). Soms zien we braken, diarree of obstipatie. Andere verschijnselen kunnen zijn hoesten, neusuitvloeiing, bloedarmoede en een enkele keer zenuwverschijnselen. Dieren kunnen aan complicaties overlijden. Bij katten zijn de verschijnselen als regel minder uitgesproken dan bij honden. Bij volwassen dieren zien we zelden verschijnselen, die met een infectie direct verband houden. Bepaalde vormen van chronische diarree worden wel in verband gebracht met eerder doorgemaakte spoelworminfecties.

Risico’s voor de mens

In Nederland en België is 4 tot 5% van de volwassen huishonden en 15 tot 36% van de volwassen kennel- en zwerfhonden besmet met wormen, die ook daadwerkelijk eieren produceren. Bij volwassen katten gaat het 5 tot 10%. Uit onderzoek blijkt dat 19% van alle mensen antistoffen heeft tegen de honden- of kattenspoelworm. Bij kinderen tot 10 jaar is dit 5 tot 10%, bij volwassen boven de 60 jaar 35 tot 39%. Larven beginnen wel aan de trektocht, maar de cyclus wordt niet voltooid. De larven sterven af en worden door het lichaam opgeruimd. Er ontwikkelen zich dus geen volwassen spoelwormen bij de mens.

Infectie van de volwassen mens verloopt meestal zonder duidelijke verschijnselen. Kinderen hebben vaker klachten, doordat ze in contact komen met besmette grond van zandbak, tuin en openbaar groen. Doordat larven naar de longen trekken, kunnen luchtwegproblemen optreden. Er zijn ook aanwijzingen dat allergische aandoeningen kunnen samenhangen met spoelworminfecties.

Bestrijding en preventie

Een goede hygiëne verkleint de infectiekansen. Daarnaast is het zaak de infectiedruk in de omgeving zo laag mogelijk te houden. Een paar maatregelen om de gedachte te bepalen: handen wassen na tuinieren, na het buiten spelen en voor het eten, ontlasting uit kattenbakken verwijderen, de kattenbak reinigen met kokend water, in kennels en catteries waar mogelijk hogedrukreiniging met stoom toepassen, werken met hondenpoepzakjes, zandbakken afdekken en het zand geregeld vervangen.

Regelmatig ontwormen heeft tot doel om de uitscheiding van wormeieren te beperken en daardoor de infectiedruk in de omgeving zo laag mogelijk te houden. Een Europese adviesraad, de European Scientific Counsel Companion Animal Parasites (ESCCAP), heeft hiervoor een richtlijn opgesteld. Die luidt als volgt:


Pups en moeder ontwormen op 2, 4, 6 en 8 weken, vervolgens maandelijks tot een half jaar.

Kittens en moeder ontwormen op 3, 5 en 7 weken, vervolgens maandelijks tot een half jaar.

Overige dieren tenminste viermaal per jaar ontwormen.


In een gezin met kleine kinderen wordt zelfs geadviseerd maandelijks te ontwormen. Ontwormen van drachtige dieren is niet zonder meer zinvol. Alternatief voor geregeld ontwormen is ontlasting onderzoek tenminste eenmaal per drie maanden.

Andere wormen

Preventief ontwormen gaat bijna altijd over spoelworm. Ook sommige lintwormsoorten (van het geslacht Echinococcus), die bij honden kunnen voorkomen, vormen risico’s voor de mens. De mens is in dit geval tussengastheer. Na besmetting kunnen zich levensbedreigende blaaswormen ontwikkelen. Om die reden wordt geadviseerd bepaalde groepen honden elke vier tot zes weken te ontwormen met een middel dat tegen Echinococcus soorten werkzaam is. Het gaat vooral om honden, die in contact kunnen komen met karkassen en ingewanden van slachtdieren of met knaagdieren.

Een veel voorkomende lintwormsoort bij honden en katten heet Dipylidium. Tussengastheer is de vlo. Dipylidium is niet voor de mens besmettelijk. Als u deze lintworm wilt bestrijden volstaat dus niet alleen een ontwormingsmiddel, maar is een goede vlooienbestrijding essentieel.

In Midden- en Zuid-Europa kunnen honden besmet raken met hartworm. Als de hond meegaat met vakantie naar die gebieden is het verstandig hier maatregelen tegen te nemen.

Ontwormingsmiddelen

Als we kijken naar de verschillen tussen de diverse wormmiddelen zijn vier aspecten van belang. Dit geldt eigenlijk voor alle geneesmiddelen en bestrijdingsmiddelen.

1. Werkzaamheid

De meeste middelen zijn redelijk tot goed werkzaam tegen de volwassen spoelwormen, maar niet tegen de larven. Zogenaamde breedspectrummiddelen zijn ook werkzaam tegen andere soorten wormen, bijvoorbeeld tegen bepaalde lintwormen. Lees goed de bijsluiter en kijk of de worm die je wilt bestrijden met name genoemd staat.

2. Veiligheid en bijwerkingen

Op dit punt zijn er grote verschillen tussen diverse producten. Braken is bijvoorbeeld een bekende bijwerking bij diverse middelen.

3. Toedieningsgemak

Ook hier zijn de verschillen groot. Eenmalig een klein tabletje of een pipet in de nek is makkelijker dan een groot aantal tabletten een paar dagen achtereen.

4. Prijs

Er zijn grote verschillen in prijs. Van belang is altijd wel goed te kijken naar de kosten per ontworming. Dat is lang niet altijd hetzelfde als de kosten per tablet of per verpakking.

De assistente adviseert je graag over de voor- en nadelen van de middelen die je via onze praktijk kunt verkrijgen.

Terug naar Gezelschapsdieren Informatie kat

Contactinformatie praktijk

Diergezondheidscentrum Groningen

Terug
  • Ma
    8.00 - 17.30 uur
  • Di
    8.00 - 17.30 uur
  • Wo
    8.00 - 17.30 uur
  • Do
    8.00 - 17.30 uur
  • Vrij
    8.00 - 17.30 uur
  • Za
    9.00 - 15.30 uur
  • Zo
    Gesloten
Terug

Vind ons hier:

Noorddijkerweg 26A 9734 AT Groningen Behandeling uitsluitend op afspraak
ontvang een routebeschrijving via Google Maps

Locatie Bedum

Terug
  • Ma
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Di
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Wo
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Do
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Vrij
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Za
    Gesloten
  • Zo
    Gesloten
Terug

Vind ons hier:

Molenweg 6 9781 GL Bedum Behandeling uitsluitend op afspraak
ontvang een routebeschrijving via Google Maps

Locatie Loppersum

Terug
  • Ma
    8.00 - 17.00 uur
  • Di
    8.00 - 17.00 uur
  • Wo
    8.00 - 17.00 uur
  • Do
    8.00 - 17.00 uur
  • Vrij
    8.00 - 17.00 uur
  • Za
    Gesloten
  • Zo
    Gesloten
Terug

Vind ons hier:

Wijmersweg 13 9919 BH Loppersum Behandeling uitsluitend op afspraak
ontvang een routebeschrijving via Google Maps

Locatie Uithuizen

Terug
  • Ma
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Di
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Wo
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Do
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Vrij
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Za
    Gesloten
  • Zo
    Gesloten
Terug

Vind ons hier:

Schoolstraat 16 9981 AN Uithuizen Behandeling uitsluitend op afspraak
ontvang een routebeschrijving via Google Maps

Locatie Praxis

Terug
  • Ma
    09.00 - 17.30 uur
  • Di
    09.00 - 17.30 uur
  • Wo
    09.00 - 17.30 uur
  • Do
    09.00 - 17.30 uur
  • Vrij
    09.00 - 17.30 uur
  • Za
    09.00 - 17.30 uur
  • Zo
    Gesloten
Terug

Vind ons hier:

Damsterdiep 315 9713 EH Groningen Behandeling uitsluitend op afspraak Maandag t/m vrijdag 13.00 - 17.30 uur
ontvang een routebeschrijving via Google Maps