Menu
DGC Groningen 050 - 541 60 70
Locatie Loppersum 0596 - 51 82 22
Locatie Uithuizen 0595 - 43 42 55
Locatie Bedum 050 - 301 42 60
Locatie Praxis 050 - 205 01 60
Locatie Meerstad - Diergezondheidscentrum Groningen 050 - 541 60 70

Informatie

  • Jongvee
  • Klauwgezondheid
  • Kleine herkauwer
  • Uiergezondheid
  • Voeding
  • Vruchtbaarheid

Jongvee



Biestmeten

Een goede start van het kalf begint al in de droogstand. De droogstand is onder meer bepalend voor de hoeveelheid biest en de kwaliteit ervan. Het is belangrijk om de kwaliteit van de eerste biest te meten om inzichtelijk te maken of koeien een juiste droogstand krijgen en voldoende eiwit krijgen gevoerd. Daarnaast wordt men verzekerd dat de biest die het kalf binnen krijgt van goede kwaliteit is en dus infectieziekten zoals diarree minder kans maken. Aanbevolen wordt om biest van goede kwaliteit in te vriezen om bij slechte kwaliteit of te weinig biest, altijd wat achter de hand te hebben.

De eerste biest kan het beste worden gemeten met een refractometer. Deze geeft het soortelijk gewicht weer, ofwel de BRIX-waarde. Deze waarde dient 24 of hoger te zijn. Indien deze waarde goed is, wordt aangeraden de eerste biest gekoeld te bewaren en in porties op te voeren omdat deze biest de meeste antistoffen bevat.
Refractometers zijn op de praktijk verkrijgbaar, vraag ons er gerust naar!

IgG bepaling
Het op tijd verstrekken van voldoende biest van goede kwaliteit is enorm belangrijk. De darmwand is maar kort passabel na de geboorte voor de antistoffen uit de biest en daarom dient zo snel mogelijk de eerste biest worden gegeven. Hierbij wordt de volgende stelregel aangehouden:
2L binnen 2 uur, 6L binnen 24 uur.
De antistoffen, ofwel immunoglobulinen (Ig), in de biest zorgen voor bescherming van het kalf tijdens de eerste levensweken.
Het IgG-gehalte in het bloed is een goede indicator voor de biestkwaliteit en hoe goed deze is opgenomen door het kalf. Om hiervan een goede indruk te krijgen kan het IgG-gehalte in het bloed worden gemeten bij 5 kalveren tussen 2 en 7 dagen oud. Er zijn verschillende methoden om het IgG-gehalte te bepalen. We hebben een eenvoudige sneltest beschikbaar die op het bedrijf zelf al kan worden afgelezen of we nemen het bloed mee naar de praktijk.

Diarree
Diarree bij kalveren is een veelvoorkomend probleem en kan grofweg worden onderverdeeld in voedingsgerelateerde diarree en diarree veroorzaakt door infecties. Er zijn verschillende kiemen die diarree bij kalveren kunnen veroorzaken. Diarree in de eerste levensweek wordt vaak veroorzaakt door E.coli, rotavirus en of het coronavirus. In de tweede levensweek wordt diarree vaak veroorzaakt door cryptosporidiose. Daarnaast kan Salmonella bij jonge kalveren diarree veroorzaken.
Vanaf twee weken leeftijd kunnen coccidiose of giardia een rol spelen bij kalverdiarree.
Om de kalveren op de juiste manier te kunnen behandelen en te ondersteunen is het belangrijk om te weten welke kiem de problemen veroorzaakt. We raden aan om in geval van diarree onderzoek te laten doen naar de kiem. Dit kan met behulp van een sneltest op het bedrijf, waarbij E.coli, rotavirus, coronavirus en cryptosporidiose kan worden aangetoond. Voor coccidiose en giardia is onderzoek op de praktijk mogelijk.
Neem bij problemen contact met ons op, zodat de juiste maatregelen kunnen worden genomen.

Luchtwegproblemen
Meestal op latere leeftijd, en vooral in het najaar en in de winter, komen luchtwegklachten bij kalveren regelmatig voor. Hier spelen meerdere factoren mee, zoals het weer en het klimaat in de stal, die bepalen of infecties een kans krijgen. Er zijn verscheidene kiemen die voor luchtwegklachten kunnen zorgen. Om inzichtelijk te maken welke kiemen dit zijn en op welke leeftijd zij voor problemen zorgen kan aanvullend onderzoek gedaan worden. Dit kan met behulp van bloedonderzoek naar antistoffen, of via longspoelingen.
Longspoelingen worden uitgevoerd bij enkele dieren uit de groep waar problemen worden gezien. Voor het beste resultaat dient dit te worden uitgevoerd bij dieren die acuut ziek zijn, en die niet behandeld of gevaccineerd zijn. Via een neusgat wordt een flexibel slangetje via de luchtpijp in de longen gebracht en wordt er vloeistof de longen in gebracht en direct weer opgezogen. Hierdoor spoelt de vloeistof als het ware door de longen heen, en neemt het virussen en bacteriën mee die in het longspoelsel terecht komen.
Ook als men al vaccineert tegen luchtwegproblemen is dit een goede methode om te kijken of de vaccinatie de kiemen voldoende dekt of dat er beter kan worden gekozen voor een ander vaccin of voor een ander moment van vaccineren. Bijvoorbeeld een neusenting na 7 dagen leeftijd.

Jongveemeting
Een kalf moet zo’n 80 kg wegen wanneer het geen melk meer krijgt. Het meten van de borstomvang is makkelijk uit te voeren en geeft een indicatie of het kalf op het juiste gewicht zit. De borstomvang behorende bij dit gewicht is 95 cm. De borstomvang kan worden gemeten met een speciale meetband. Deze band moet vlak achter het schouderblad om de borst van het kalf worden gelegd. Wanneer de meetband wordt aangetrokken, moet men twee vingers kunnen bewegen tussen de huid en de band. Bij het meten van de borstomvang moet het kalf in een normale houding staan; vlak en vierkant.
Indien gewenst kan zo’n jongveemeting samen met je dierenarts worden uitgevoerd. Op deze manier brengen we van dieren in verschillende leeftijdsklassen het gewicht in beeld. Hierdoor kan na een aantal metingen worden gekeken welke momenten in de opfokperiode goed gaan en welke momenten voor een dip zorgen. Met dit inzicht kan worden gekeken naar passende oplossingen om een dip in groei te voorkomen.

Klauwgezondheid

Klauwen spelen een centrale rol in de gezondheid en het welzijn van koeien. Ze moeten er mee naar het voerhek en naar de melkstal lopen. Als er iets fout gaat met betrekking tot de klauwgezondheid vermindert dit direct voeropname en indirect ook de productie. Onder andere door verminderde voeropname en verminderde ligtijd. Dit maakt ook dat de klauwgezondheid bijna altijd onder druk staat en dat het daarom belangrijk is om er aandacht aan te blijven besteden.

Grofweg kunnen klauwproblemen worden opgedeeld in infectieus (Mortellaro en Tussenklauwontsteking) en niet-infectieus (Tyloom, Witte-lijn defect en Zoolbloeding/ -zweer). Echter zijn deze lang niet altijd los van elkaar te zien. Door bijvoorbeeld Mortellaro kan een koe een Tyloom ontwikkelen, maar op een Tyloom kan ook Mortellaro ontstaan. Om een goed beeld te krijgen van wat er op uw bedrijf speelt kan er worden gescoord en geregistreerd tijdens preventief klauwbekappen.

Wat kunnen wij betekenen bij infectieuze klauwaandoeningen?
Infectieuze en niet-infectieuze klauwproblemen zijn afhankelijk van meerdere factoren. Voor de infectieuze klauwaandoeningen zijn dat onder andere klauwstand, weerstand en hygiëne. Waarbij de laatste verreweg het belangrijkste is. Vervolgens is de hygiëne weer afhankelijk van bijvoorbeeld de dikte van de mest en hoe vaak de robot/mestschuif langskomt.
Het is onoverkomelijk dat koeien met hun klauwen in de mest staan, echter kan wel de infectiedruk verlaagd worden door bijvoorbeeld het regelmatig toepassen van een voetenbad. Ook kan met een goede afstelling van de boxen de koeien worden uitgenodigd om zoveel mogelijk te liggen waardoor de druk op de klauwen afneemt.
Om al deze risicofactoren zo goed mogelijk te managen denken wij graag mee door bijvoorbeeld een risicoanalyse te maken voor op het bedrijf aanwezige risicofactoren. Ook kunnen we meedenken wat de beste strategie is met betrekking tot het gebruik van bijvoorbeeld voetenbaden of het behandelen van een individuele koe. Maar ook andere aanpassingen in management of huisvesting.

Een infectieuze klauwaandoening waar we direct wat aan kunnen doen is teenpuntnecrose. Door een beschadiging van de teenpunt kan er een ontsteking in de hele klauw trekken. Dit is vaak een reden van afvoer wanneer dit ontdekt wordt in een laat stadium. Echter kunnen we in een vroeg stadium goed behandelen door een puntje van de klauw af te zagen. Hierdoor kan de koe nog een aantal lactaties mee.

Wat kunnen wij betekenen bij niet-infectieuze klauwaandoeningen.
Voor niet infectieuze klauwaandoeningen zijn er minimaal zoveel risicofactoren als voor de infectieuze klauwaandoeningen. Zo spelen hier bijvoorbeeld voeding (vooral in transitie) maar ook huisvesting een hele belangrijke rol. Echter kan de aanwezigheid van infectieuze klauwaandoeningen ook een risicofactor zijn voor de ontwikkeling van niet infectieuze klauwaandoeningen.
Ook hier kunnen we meedenken over risicofactoren en aanpassingen om niet-infectieuze klauwaandoeningen te voorkomen. Te snel opstarten aan het begin van de lactatie heeft bijvoorbeeld invloed op het ontstaan van zoolbloedingen. Huisvesting heeft een grote invloed op witte-lijn defecten.
Mocht er onverhoopt een koe kreupel worden kunnen we helpen met de beste therapie. De enige goede oplossing voor bijvoorbeeld een tyloom is het operatief verwijderen. Dit is een relatief kleine ingreep waarbij de koeien vrijwel direct na de operatie beter lopen en minimaal nog een lactatie mee kunnen in plaats van dat ze afgevoerd worden vanwege chronische kreupelheid.

Kleine herkauwer

Naast de zorg voor het rundvee, staan we bij Van Stad tot Wad ook altijd klaar voor kleine herkauwers. Hieronder vallen schapen en geiten. Bij ons zijn zowel hobby-houders als professionele schapenhouderijen of melkgeitenbedrijven welkom.
In het voorjaar bestaan werkzaamheden bij kleine herkauwers vooral uit hulp rondom de geboorte van lammeren. Daarnaast helpen we jou ook graag met het voorkomen van ziekten of het behandelen van een ziek dier.
Wat doen wij onder andere op het gebied van kleine herkauwers?

Lammertijd
Wil je graag meer leren over het helpen van schapen of geiten in de lammertijd? Van Stad tot Wad organiseert aan het begin van elk jaar een verloskundecursus! Houd de website, facebookpagina of schapennieuwsbrief in de gaten voor exacte data.
Niets missen? Meld je aan voor onze nieuwsbrief!

Waar kan ik mijn dieren tegen vaccineren?
Vaccinatie is mogelijk tegen verschillende dierziekten. ‘Het bloed’ en zomerlongontsteking zijn twee aandoeningen waarbij opgroeiende lammeren plots doodgaan. Hier kun je tegen enten. De dierenarts kan een entschema opstellen die past bij jouw koppel.
Daarnaast zijn er vaccinaties beschikbaar tegen rotkreupel en paratuberculose. Ook zijn er entingen tegen bepaalde vormen van verwerpen en uierontsteking. Het kan verstandig zijn om eerst onderzoek te doen naar de verwekker alvorens je gaat vaccineren. In overleg onderzoeken we wat het beste bij je past.
Bedrijven met een publieksfunctie zoals kinderboerderijen, zorgboerderijen of bedrijven die ‘lammetjesdagen’ organiseren, zijn verplicht hun dieren tegen Q-koorts te vaccineren. Dit dienst jaarlijks te gebeuren bij alle dieren van 3 maanden en ouder. Vóór 1 augustus dienen alle dieren gevaccineerd te zijn.  

Bloed- en mestonderzoek
In ons eigen laboratorium kunnen we monster van jouw dieren onderzoeken. Denk hierbij aan bloedonderzoek naar (slepende) melkziekte of mestonderzoek naar wormen en coccidiose. Sommige wormsoorten zijn resistent tegen ontwormingsmiddelen. Het is daarom verstandig om eerst mestonderzoek te doen en aan de hand van de uitslag je dieren met het juiste middel te ontwormen.
We kunnen in ons eigen laboratorium monsters van jouw dieren onderzoeken. Denk hierbij aan bloedonderzoek op (slepende) melkziekte en mestonderzoek op wormen en coccidiose. Sommige wormsoorten bij schapen en geiten zijn resistent tegen ontwormingsmiddelen. Laat daarom eerst mestonderzoek doen, en overleg met de praktijk welk middel je kunt gebruiken, voordat je je dieren ontwormt.
Natuurlijk helpen we je ook graag met bloedtappen voor onderzoek op ziekten zoals Brucella of zwoegerziekte, in het kader van certificeringsprogramma’s.

Drachtcontrole
Bij schapen en geiten kunnen we bepalen of een dier drachtig is, door een echo-apparaat tegen de huid aan te houden in de liesstreek van het dier. Op de echo zijn dan lammeren, vruchtwater of delen van de latere nageboorte te zien. Drachtigheid is voor ons het beste te vast te stellen vanaf ongeveer 50 dagen na de dekking.


Drachtcontrole bij een geit

Uiergezondheid

Uiergezondheid
Wat is een acceptabel percentage uierontstekingen? Wat is veel en wat is weinig? Waarom wil mijn celgetal niet zakken? Waarom werken deze injectoren niet?

Als melkveehouder speel je wel eens met bovenstaande vragen, maar hoe krijg je hier nu grip op. Mocht dat al gebeuren, hoe volg je dat dan op? Dát zijn de dingen waar wij je bij kunnen helpen! Het inzichtelijk maken van jouw getallen en van daar uit de juiste maatregelen treffen.  Specifiek voor jouw bedrijf. De maatregelen kunnen immers per bedrijf, maar ook per bacterie ontzettend verschillen. Melkstal of -robot, matten of diepstrooisel, dichte- of roostervloer, omgeving- v.s. koegebonden, droogstand of lactatie… Uiergezondheidsproblemen zijn vaak erg complex, en het overzien van het probleem vaak één van de grootste problemen. Bovendien zorgt het nemen van de onjuiste maatregelen voor frustraties (“Waarom werkt dit nu niet?!”) en weinig tot geen resultaat. Het nemen van de juiste effectieve maatregelen, dat is waar wij je bij kunnen helpen!

Voeding

Voeding is een breed begrip, maar een van de belangrijkste factoren op een bedrijf.
Indien iets in de voeding niet goed zit, wordt dit vaak terug gezien in meerdere facetten, zoals vruchtbaarheid, uiergezondheid, en klauwgezondheid. Voldoende droge stof opname van goede kwaliteit is essentieel om de weerstand op peil te houden en gezondheidsproblemen te voorkomen.

Melkziekte en slepende melkziekte, hoe te signaleren en wat is eraan te doen?
Slepende melkziekte
Gebleken is dat een op de negen Nederlandse melkkoeien de eerste maanden na afkalven last heeft van ketose, maar er zijn grote verschillen in het percentage koeien met ketose per bedrijf. De ziekte treedt voornamelijk op aan het begin van de lactatie als gevolg van een negatieve energiebalans.
Ketose, ook wel slepende melkziekte genoemd, ontstaat doordat koeien direct na het afkalven te weinig voer opnemen ten opzichte van de hoeveelheid geproduceerde melk, oftewel: de energieopname blijft achter bij de energiebehoefte. Om dit energietekort te dekken zal de koe haar eigen lichaamsreserves zal aanbreken. Vetzuren worden in de lever deels omgezet in de zogeheten ketonlichamen. Er zijn 3 verschillende ketonlichamen; aceton-azijnzuur, aceton en beta-hydroxyboterzuur.
Koeien met ketose zijn vaak snel opgestart qua melkproductie, maar storten na verloop van tijd in en worden traag. Ze hebben weinig eetlust, nemen onvoldoende (kracht)voer op, geven minder melk en hun conditie neemt snel af. De uitgeademde lucht van koeien met ketose kan ruiken naar aceton, een van de ketonlichamen. Ketose kan primair zijn of secundair. Primaire ketose wordt vooral gezien bij koeien die in overmatige conditie zijn en koeien die rondom afkalven weinig voer hebben opgenomen. Secundaire ketose ontstaat als gevolg van een ander probleem, bijvoorbeeld mastitis, baarmoederontsteking of een klauwaandoening. Koeien met ketose hebben een verhoogde kans op een lebmaagverdraaiing.
Het is belangrijk om ernstige ketose voor te zijn om zaken als een lebmaagverdraaiing of leververvetting te voorkomen. Middels Vetwerk, het systeem wat we gebruiken om de gegevens tijdens bedrijfsbegeleiding te registreren, bekijken we de verse koeien tijdens het bedrijfsbezoek en controleren deze op ketose, maar ook op conditiescore en baarmoederuitvloeiing.
Ketose kan gemeten worden met behulp van een melkstripje of een bloedstripje. Met het melkstripje wordt één van de drie ketonlichamen gemeten met behulp van een kleuromslag, met een bloedstripje wordt de totale concentratie ketonlichamen gemeten. Hierdoor is meting in het bloed dan ook betrouwbaarder.

Melkziekte
Melkziekte ontstaat rondom het kalven en wordt veroorzaakt door een tekort aan calcium. Dit uit zich vaak in koeien die wankel kunnen zijn of zelfs niet meer in de benen komen. Soms zijn ze koud zijn en willen slecht eten. Melkziekte geeft een verhoogd risico op aan de nageboorte blijven staan en op uierontsteking. Koeien met subklinische melkziekte tonen vaak geen of minder duidelijke verschijnselen. Met bloedonderzoek op de praktijk kan worden vastgesteld of er sprake is van een tekort in calcium, magnesium en/of fosfor.
Beide stofwisselingsziektes worden meestal veroorzaakt door fouten in het droogstandsrantsoen, ofwel de overgang naar het melkveerantsoen. Ook de conditie waarmee de koeien droog gaan en het verloop van de conditie gedurende de droogstand speelt een belangrijke rol. Meerdere factoren kunnen uiteindelijk lijden tot het optreden van melkziekte, dan wel slepende melkziekte rondom en na het kalven. Wij helpen u graag de transitieperiode zoveel mogelijk te optimaliseren. 

Wat is de relatie tussen klauwgezondheid en voeding?
Voeding en klauwgezondheid zijn nauw met elkaar verbonden. Niet alleen is de ontwikkeling en aangroei van klauwhoorn afhankelijk van de aanvoer van (spoor)elementen, ook heerst er een hogere infectiedruk indien de mest dunner wordt. Voor klauwontwikkeling en weerstand van de klauwhuid zijn vooral de vitamine Biotine en de elementen Zink en Mangaan belangrijk. Biotine zit in wisselende mate in ruw- en krachtvoer, maar wordt ook door een gezonde pens zelf gevormd. Zink en Mangaan worden via de voeding opgenomen. Hiervan kan een werkelijk tekort in de voeding zitten, maar het kan ook verdrongen worden door andere elementen (zoals vitamines en spoorelementen).
Heb je veel last van (niet-)infectieuze klauwaandoeningen? Dan is het gezondheidsprogramma Klauwgezondheid Tankmelk van de GD mogelijk een goede overweging. Ook kunnen we samen een keer de risicofactoren in de stal doornemen.
De grootste druk op de klauwen vindt plaats rond het afkalven. Hormonen die zorgen voor de verweking van de geboorteweg verslappen ook de pezen in de klauwen. Daarnaast moet de koe overschakelen van droogstand naar lactatie waarbij grote voerveranderingen optreden. Deze hebben invloed op de ontwikkeling van het hoorn. De optimale zorg voor de klauwen rond afkalven wordt verkregen met strategisch klauwbekappen. Hierbij worden koeien bekapt op moment van droogzetten en wanneer ze ongeveer 100 dagen in lactatie zijn. Bij droogzetten worden ze voorbereid op het afkalven en op 100 dagen kunnen de tijdens het kalven ontstane problemen weer worden ‘verholpen’.
Qua voeding is het voornamelijk belangrijk niet te snel te willen opbouwen met krachtvoer. Bij te snelle opbouw is er het risico op (sub)klinische pensverzuring met vervolgens een groot risico op laminitis (een ontsteking van de kleinste bloedvaatjes in de klauwen). Dit uit zich bij de koeien in wittelijnaandoeningen en zoolbloedingen.

Vitamines en sporenelementen
Voor de gezondheid van koeien zijn mineralen en spoorelementen van essentieel belang. Ze hebben onder andere grote invloed op de algehele weerstand en vernieuwing van cellen. Vaak wordt er op basis van kuilanalyses, aangevuld met krachtvoer, zoveel mogelijk naar behoefte gevoerd. Echter kan de berekening soms in de praktijk toch niet goed uitkomen. Dit kan zich uitten in verminderde vruchtbaarheid, uiergezondheidsproblemen en chronisch zieke dieren (aandoeningen zoals: vermagering, verminderde productie, diarree, slappe kalveren, aan nageboorte blijven staan). Vaak heeft het een sluimerend verloop en kan niet goed de oorzaak van de tegenvallende resultaten worden gevonden.
Een tekort kan absoluut zijn, waarbij er daadwerkelijk te weinig gevoerd wordt. Echter kan het ook zo zijn dat door een overschot van bijvoorbeeld ijzer te weinig koper wordt opgenomen. Deze elementen verdringen elkaar en zo ontstaat een secundair tekort. Het is niet te onderscheiden of een koe last heeft van een overschot of van een tekort. En als het om een tekort gaat of deze primair of secundair is. Dit uit zich vaak op dezelfde wijze.
In eerste instantie kan er met uitgebreide kuilanalyses en rantsoenberekeningen worden gekeken of er voldoende mineralen gevoerd en opgenomen worden. Indien hier geen duidelijke afwijkingen gevonden worden is het verstandig om verdere diagnostiek te doen. Dit kan doormiddel van tankmelk of individuele bloedmonsters. Bede onderzoeken zeggen wat over de korte termijn (7 dagen). Echter worden sommige waardes in bloed en melk pas laag als de lichaamsvoorraad bijna helemaal op is. Zodoende is het dus niet de meest betrouwbare manier. Daarom kunnen er leverbiopten genomen worden. De lever is het “opslag vat” en geeft het beste beeld. Tevens zegt dit iets over de voeding van de afgelopen 3-6 maanden. Het nemen van een biopt is een kleine ingreep zonder veel risico waar de koeien geen last van ondervinden. Het biopt wordt onderzocht op 12 verschillende (spoor)elementen en zware metalen en geeft dus het beste beeld van wat er op het bedrijf speelt.

Vruchtbaarheid


Het vlot drachtig krijgen van koeien is essentieel voor een productieve koppel. Het team van Van Stad tot Wad dierenartsen wil je daar graag bij helpen.

Wil je dat je verse koeien goed opstarten, zodat ze gemakkelijk produceren en vlot weer drachtig worden? Wil je graag van de koeien die je niet tochtig ziet, weten of er iets mis is? Of wil je gewoon weten of je geïnsemineerde koeien drachtig zijn geworden? Vruchtbaarheidsbegeleiding is bij Van Stad tot Wad mogelijk in elke gewenste vorm, passend bij jouw bedrijf.
Kijk ook eens bij het kopje Vetwerk, of deze vorm van bedrijfsbegeleiding iets voor jou is.

Bij vruchtbaarheidsbegeleiding maken we gebruik van echografie voor het vaststellen van de dracht en om te kijken of de baarmoeder en eierstokken afwijkend zijn. Daarnaast maken we met jou een plan voor elke koe die hulp kan gebruiken bij het drachtig worden. Natuurlijk leggen we ook de link tussen vruchtbaarheid van de individuele koe en het bedrijfsmanagement, onder andere door de beschikbare kengetallen uit de MPR te analyseren.

Contactinformatie praktijk

DGC Groningen

Terug
  • Ma
    8.00 - 17.30 uur
  • Di
    8.00 - 17.30 uur
  • Wo
    8.00 - 17.30 uur
  • Do
    8.00 - 17.30 uur
  • Vrij
    8.00 - 17.30 uur
  • Za
    9.00 - 15.30 uur
  • Zo
    Gesloten
Terug

Vind ons hier:

Noorddijkerweg 26A 9734 AT Groningen Behandeling uitsluitend op afspraak Zaterdag uitsluitend spoedgevallen
ontvang een routebeschrijving via Google Maps

Locatie Bedum

Terug
  • Ma
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Di
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Wo
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Do
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Vrij
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Za
    Gesloten
  • Zo
    Gesloten
Terug

Vind ons hier:

Molenweg 6 9781 GL Bedum Behandeling uitsluitend op afspraak
ontvang een routebeschrijving via Google Maps

Locatie Loppersum

Terug
  • Ma
    8.00 - 17.00 uur
  • Di
    8.00 - 17.00 uur
  • Wo
    8.00 - 17.00 uur
  • Do
    8.00 - 17.00 uur
  • Vrij
    8.00 - 17.00 uur
  • Za
    Gesloten
  • Zo
    Gesloten
Terug

Vind ons hier:

Wijmersweg 13 9919 BH Loppersum Behandeling uitsluitend op afspraak
ontvang een routebeschrijving via Google Maps

Locatie Uithuizen

Terug
  • Ma
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Di
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Wo
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Do
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Vrij
    08.30 - 12.00 en 13.00 - 17.30 uur
  • Za
    Gesloten
  • Zo
    Gesloten
Terug

Vind ons hier:

Schoolstraat 16 9981 AN Uithuizen Behandeling uitsluitend op afspraak
ontvang een routebeschrijving via Google Maps

Locatie Praxis

Terug
  • Ma
    09.00-17.00 uur
  • Di
    09.00-17.00 uur
  • Wo
    09.00-17.00 uur
  • Do
    09.00-17.00 uur
  • Vrij
    09.00-17.00 uur
  • Za
    09.00-13.00 uur
  • Zo
    Gesloten
Terug

Vind ons hier:

Damsterdiep 315 9713 EH Groningen Trimsalon GEOPEND! Behandeling uitsluitend op afspraak
ontvang een routebeschrijving via Google Maps